Van catering naar foodservice

Albron wilde kunnen meedingen naar IFM-contracten, Facilicom wilde ook in de catering tot de top drie in de branche behoren. Met de samenwerking die eind oktober is beklonken zijn beide ambities ingevuld. Het nieuwe Albron is geen traditionele cateraar, maar een foodservicebedrijf dat bijna de helft van zijn omzet behaalt met commerciële concepten in de zorg, de horeca en de leisure. Kennis die uitstekend van pas komt in de personeelsrestauratieve markt, waar steeds meer vraag komt naar commerciële catering.

Een geschiedenis die teruggaat tot 1899

Facilicom is al actief in de schoonmaak, de beveiliging en de bouw als het bedrijf in 1986 besluit zijn klanten ook catering te gaan aanbieden. Dat past bij het concept achter Facilicom, dat altijd erop is gericht om opdrachtgevers een totaalpakket te bieden in facilitaire dienstverlening. Prorest is in de afgelopen dertig jaar uitgegroeid tot een middelgrote speler, die mede dankzij de IFM-contracten van Facilicom ook actief is op grote en aansprekende locaties als Endemol, ESA-ESTEC en a.s.r. en zich daar weet te onderscheiden met vernieuwende concepten. De geschiedenis van Albron gaat terug tot 1899 als rechtsvoorganger de Volksbond tegen Drankmisbruik in Rotterdam een ‘goed verwarmd schaftlokaal’ opent waar ‘de werkman tegen zeer lagen prijs koffie, gekookte melk, brood, chocolade, limonade en in den winter erwtensoep’ vindt. In 1928 begint de andere rechtsvoorganger, de Spoorweg-Onthouders-Vereeniging, zijn eerste kantine langs het spoor. Beide bedrijven groeien uit tot middelgrote spelers in de bedrijfscatering, maar blijven elk in handen van een stichting. In 1997 hebben beide stichtingen elkaar gevonden en zijn de twee bedrijven samengevoegd tot Albron, dan het grootste zelfstandige cateringbedrijf van het land. Albron is momenteel onder andere actief bij high tech-bedrijf Thales, Danone Nutricia, de ministeries van VWS en Sociale Zaken, de gemeente Nijmegen, het AMC, het Erasmus Medisch Centrum, museum Paleis Het Loo en Paleis Soestdijk.

Wie in de cateringbranche het woord kantine gebruikt, kan rekenen op een
fikse tik op de vingers: cateringbedrijven exploiteren geen kantines, maar bedrijfsrestaurants. Albron maakt er echter geen geheim van waar de oorsprong van het bedrijf ligt: bij de exploitatie van schaftlokalen, koffiehuizen en kantines. Dat komt ook omdat de geschiedenis van een van de rechtsvoorgangers van het bedrijf teruggaat tot het einde van de 19e eeuw, een tijd dat er van bedrijfsrestaurants horecaformules in de parken van toch echt nog geen sprake was. Het is bewonderenswaardig dat een bedrijf met zo’n lange historie zichzelf recent opnieuw heeft weten uit te vinden. Al snel nadat de traditionele cateringmarkt begon te krimpen is Albron gaan diversificeren. Inmiddels behaalt het bedrijf bijna de helft van de omzet in andere markten, en wel in ziekenhuizen en zorginstellingen, op evenementen en locaties als de Nijmeegse Vierdaagse, Paleis het Loo, Soldaat van Oranje en De Keukenhof en met een waaier horecaformules in de parken van Center Parcs.

Hetzelfde DNA

Albron­directeur Teun Verheij en Facilicom­CEO Geert van de Laar kennen elkaar, al is het pas een jaar of twee. Teun Verheij: ‘We zitten allebei in het bestuur van de Brede Code Verantwoordelijk Marktgedrag. Dat is niet toevallig. Beide bedrijven hebben een constructieve relatie met de bonden en opdrachtgevers, Facilicom en Albron zijn ondernemingen die het goed proberen te doen.’ Geert van de Laar: ‘Dat is ook de reden waarom de twee bedrijven zo goed bij elkaar passen: we hebben hetzelfde DNA. Facilicom is een familiebedrijf, bij Albron heeft de stichting zich altijd sterk gemaakt voor de continuïteit van de onderneming. Beide bedrijven gaan niet voor het snelle gewin, maar voor de lange termijn.’ Teun Verheij: ‘Jaren geleden hebben we bij Albron al nagedacht over aansluiting bij een groter geheel. Onze conclusie was dat we het best zouden passen bij een van de bekende grote Nederlandse familiebedrijven in de facilitaire branche, en de voorkeur ging toen al uit naar Facilicom.’

Teun Verheij: ‘Jaren geleden hebben we bij Albron al nagedacht over aansluiting bij een groter geheel’

 

Sterk in IFM

‘Facilicom voegt onmiddellijk al cateringomzet toe,’ verklaart de Albron­directeur de voorkeur. ‘Het bedrijf is sterk in IFM en dat komt goed uit, want bij steeds meer tenders mochten we als single service­partij niet eens meer meedoen, terwijl Facilicom daar in Nederland de grote winnaar in is. Daar komt bij dat we verder willen groeien in de zorg, en Facilicom heeft veel activiteiten en goede netwerken in die sector. Maar ook de cultuur van Facilicom past het beste bij ons: de Rotterdamse no nonsense­aanpak ligt ons wel.’ Geert van de Laar: ‘Facilicom wil in alle markten waarin we actief zijn tot de marktleiders behoren. Dat waren we niet in de catering, met de samenvoeging van Prorest en Albron zijn we dat wel. Catering is heel tastbaar, heel zichtbaar en speelt daarom in IFM­contracten vaak een dominante rol. Bij grote tenders stonden we daarin soms toch wat minder sterk. Dankzij de samenwerking kan Albron nu dus meedingen naar IFM­contracten, en staat Facilicom sterker in zijn IFM­propositie.’

Geert van de Laar: ‘Dankzij de samenwerking kan albron nu dus meedingen naar ifm-contracten, en staat facilicom sterker in zijn ifm-propositie’

Stichting Albron blijft mede-eigenaar

Met het tekenen van de samenwerkingsovereenkomst maakt Albron nu als zelfstandig foodservicebedrijf onderdeel uit van Facilicom. De circa 200 restaurants en 650 medewerkers van Prorest, samen goed voor een omzet van 40 miljoen euro, worden geïntegreerd in de organisatie. Het nieuwe Albron is daarmee actief op circa 1.000 locaties, heeft een medewerkersbestand van 4.650 medewerkers en een omzet van
275 miljoen euro (in 2015). Om een zorgvuldige transactie te waarborgen hebben beide partijen afgesproken dat er enige tijd wordt genomen om naar de nieuwe eigendomsverhoudingen toe te groeien. Op 1 januari 2019 zal de samenwerking zijn definitieve vorm krijgen: dan zal Facilicom 51 procent van de aandelen hebben in het nieuwe Albron, de Stichting Albron houdt de overige 49 procent.

Diversificeren

Albron is ook een aantrekkelijke samenwerkingspartner omdat het bedrijf de afgelopen jaren sterk heeft gediversifceerd. Geert van de Laar: ‘Facilicom is altijd op zoek naar verbreding. Bij Trigion hebben we bijvoorbeeld bij acquisities niet meer van hetzelfde gekocht, maar juist gezocht naar een uitbreiding van het portfolio met de acquisitie van Hoffmann Bedrijfsrecherche en de Safety Group. Ook met de oprichting van Incluzio zijn we de breedte ingegaan. Albron past in die strategie: het maakt ons sterker in de personeelsrestauratieve markt, maar het bedrijf is ook actief in de zorg en in de horeca & leisure en dat is nieuw voor Facilicom, dus een welkome verbreding van ons aanbod.’ Albron heeft daar overigens hard voor moeten werken. Teun Verheij: ‘Diversifceren is moeilijk. Daar weten we bij Albron alles van, want het heeft wel even geduurd voor we het in de vingers
hadden, vooral bij de overname van alle horecavoorzieningen in tien parken van Center Parcs. Het heeft jaren gekost om in de zwarte cijfers te komen.’

Keukenhof, Vierdaagse en Soldaat van Oranje

Evenementencatering wordt doorgaans geleverd door gespecialiseerde cateringbedrijven. Maar het is ook een van de specialiteiten van Albron. Het bedrijf verzorgt al meer dan vijftien jaar de catering rond de Nijmeegse Vierdaagse. Het bedrijf is ook de vaste partner van Keukenhof (foto), ‘het mooiste lentepark ter wereld’, waar in het voorjaar van 2017 drie nieuwe concepten worden geïntroduceerd: een grand-café, een to-go-outlet en restaurant Blooming Dutch. Maar Albron is ook de vaste cateraar van Soldaat van Oranje in de Theater Hangaar op Vliegkamp Valkenburg in Katwijk, de musical die al zes jaar onafgebroken op deze plek wordt opgevoerd en daarmee al ruim 2 miljoen bezoekers heeft getrokken.

Center Parcs

De horecavoorzieningen bij Center Parcs waren in 2010 aan vernieuwing toe. De aandeelhouder wilde daar liever niet zelf in investeren, en had bovendien de kennis niet in huis om nieuwe horecaformules te ontwikkelen. Albron nam alle horecavoorzieningen in de acht Nederlandse en nog eens twee Belgische parken over. Het bedrijf verdubbelde daarmee zo ongeveer in omvang en kreeg er in één keer 1.800 medewerkers bij. Onder andere omdat het aantal bezoekers van de parken door de crisis terugliep, Albron fors moest investeren en het bedrijf kennis van de commerciële horeca nog moest opbouwen, was het contract de eerste jaren verliesgevend. Het bedrijf moest zelfs de medewerkers om een bijdrage vragen, iets waar niet alleen het voltallige personeel maar ook de bonden zonder meer mee akkoord gingen. Albron noemde het een investeringspremie, het geld werd ook tot op de laatste cent geïnvesteerd in de horecaconcepten. Dit jaar wordt het laatste deel van het geld, zoals beloofd, terugbetaald aan de medewerkers. De investering heeft namelijk zijn effect gehad, het contract is inmiddels winstgevend. Teun Verheij: ‘Horeca & leisure is heel anders dan catering. Maar nu hebben we het onder de knie en beschikken we over de kennis en kunde en de systemen, dus kunnen we verder gaan bouwen. Het is op basis van deze expertise dat we kunnen meedingen naar, bijvoorbeeld, de horecavoorzieningen op de NS­stations.’

Vakmanschap in de horeca

De enorme omvang van het contract met Center Parcs was een risico, maar ook een kans. Teun Verheij: ‘Daardoor hebben we binnen het bedrijf een tweede cultuur kunnen opzetten, met mensen die niet alleen aantrekkelijke commerciële horecaconcepten kunnen creëren, maar die vooral ook goed kunnen inschatten wanneer de pieken en dalen zich voordoen, en die daar de inkoop, het aanbod en de inzet van mensen voortdurend op weten aan te passen.’ Dat is, in essentie, het nieuwe vakmanschap dat Albron de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Een vakmanschap dat nu ook goed van pas komt bij het ontwikkelen en exploiteren van personeelsrestauratieve voorzieningen. Geert van de Laar: ‘Opdrachtgevers willen steeds vaker de werkgeversbijdrage afbouwen of zelfs helemaal stoppen met die bijdrage en vragen dan dus om commerciële catering. Daar speelden we met Prorest ook op in, maar dankzij alle ervaring in de horeca heeft Albron hier een nog veel grotere expertise in opgebouwd.’

De beste plek voor een high tea

Facilicom exploiteerde al volop bedrijfsrestaurants met een Horeca-achtige uitstraling. Met Brasserie Plato in het hoofdkantoor van a.s.r., kreeg die ontwikkeling een nieuwe dimensie, Plato is immers een echte horecazaak waar iedereen welkom is. Albron is daar nog verder in. Met de overname van Antoine Petit in 2001 (horecaoutlets in ziekenhuizen) en van alle horecazaken in tien vakantieparken van Center Parcs in 2010 heeft het bedrijf de basis gelegd voor de ontwikkeling van een heuse horecatak. Die ervaring kan worden gebruikt in de bedrijfscatering, maar heeft ook geleid tot meer mooie horecazaken, voornamelijk in de leisure. Zo exploiteert Albron geheel op eigen risico de restaurantvoorzieningen van Paleis Soestdijk, maar ook van museum Paleis het Loo (foto), door Quote uitgeroepen tot een van de tien beste plekken in Nederland voor een high tea.

Commerciële concepten

Albron past deze kennis onder meer toe in het contract met de ministeries van VWS en Sociale Zaken (die tegenwoordig bij elkaar zitten). Teun Verheij: ‘Deze twee ministeries leggen niks meer bij op de personeelsrestauratieve voorzieningen. Het is dus aan ons om de ambtenaren te verleiden met een lunchaanbod dat zo aantrekkelijk is dat ze een paar euro meer gaan betalen dan ze vroeger gewend waren, toen de bedrijfsrestaurants nog werden gesubsidieerd. We hebben het assortiment fors aangepast, gebruiken verleidingstechnieken uit de horeca, maar vooral: hebben de ureninzet veel variabeler gemaakt. Het is heel anders werken dan in de klassieke catering, en dat vraagt dus ook om een heel andere benadering.’ Geert van de Laar: ‘Daar moet ik wel bij aantekenen dat commercieel werken pas mogelijk is bij een bepaalde schaalgrootte. Als er maar honderd gasten zijn, kan een commercieel cateringconcept niet uit.’ Teun Verheij wil de uitdaging wel aangaan: ‘Misschien kunnen we ook voor die doelgroep een aantrekkelijk aanbod ontwikkelen.’

Goed en gezond eten en drinken in de zorg

Juist in de zorg is ’de kracht van eten’, zoals Albron het noemt, heel belangrijk. Voeding speelt immers een rol bij het herstel van patiënten en bewoners, zorgt voor een positieve beleving van bezoekers en draagt bij aan de vitaliteit van de medewerkers. Albron heeft dat goed begrepen en is dan ook zeer succesvol met zijn foodservice-concepten voor de zorg. Met bijvoorbeeld Pit, een concept dat vers en gezond eten biedt voor patiënten, bezoekers en medewerkers (blader voor een portret van een Pit-restaurant door naar de rubriek Verantwoord, op de laatste spread van deze Facilitair!). Het concept A la Carte (foto) dat bijvoorbeeld met verse maaltijden voor patiënten. Of het concept Kookdames, voor kleinschalige woonzorgvoorzieningen.

Groeien in de zorg

Het nieuwe Albron kan oud én nieuw vakmanschap gebruiken in de zorg, een sector waar plaats is voor zowel traditionele catering als commerciële horeca. Het bedrijf behaalt daar inmiddels al een omzet van zo’n 20 miljoen euro. Geert van de Laar: ‘Daar willen we in groeien. De zorg is een markt waar de foodservice nog maar weinig is uitbesteed, en dat is gek: voor schoonmaak en beveiliging maken ziekenhuizen en zorginstellingen wel gebruik van de diensten van facilitaire bedrijven, maar voor catering en foodservice doen ze dat nauwelijks, terwijl die net zo min tot de core business behoren. Wij kunnen het beter en efficiënter, zeker als we dat inbedden in IFM­concepten, iets dat nog maar weinig gebeurt in de zorg.’ Teun Verheij: ‘Claim van Albron is dat we met onze concepten de identiteit van de opdrachtgever versterken. Dan moet je een opdrachtgever wel goed begrijpen. Dat is belangrijk in de horeca & leisure, maar het is essentieel in de zorg. Dat vraagt om een veel intensiever klantcontact, om dagelijks afstemmen, om echte samenwerking. Daar hebben we met Albron inmiddels een unieke ervaring in opgebouwd, dus ook in die sector ligt nu een goede basis voor verdere groei.’

Gezonder, socialer en zonder subsidie

Commerciële catering, ofwel personeelsrestauratieve voorzieningen die niet meer worden gesubsidieerd door de opdrachtgever. Facilicom speelde daar al op in met, bijvoorbeeld, het bedrijfsrestaurant in bedrijfsverzamelgebouw Willemswerf in Rotterdam. Albron gooit hoge ogen met zijn commerciële cateringconcepten voor het ministerie van Economische Zaken en voor De Resident, het gezamenlijke kantoor van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Sociale Zaken. Albron heeft hier een restaurant gecreëerd (foto) dat gezonder is en dus bijdraagt aan de vitaliteit van medewerkers en bezoekers, dat socialer is omdat het inspeelt op de Participatiewet door ruimte te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en dat bovendien voordeliger is voor de opdrachtgever omdat er geen werkgeversbijdrage meer nodig is.

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen