Rijksmonument met hypermoderne beveiliging

Vijf belangrijke overheidsinstanties zijn sinds kort gehuisvest in een monumentaal gebouw, dat kortweg B30 wordt genoemd. Het Haagse rijksmonument is ingrijpend gerenoveerd, wat in meerdere opzichten een enorme uitdaging is geweest. Niet op de laatste plaats voor de beveiliging. Facilicom durfde de uitdaging aan en zorgt er de komende dertig jaar voor dat de gebruikers van B30 er ongestoord hun werk kunnen doen. De in samenwerking tussen Trigion (beveiligingsdivisie binnen Facilicom) en Keyprocessor ontwikkelde beveiligingssystemen dragen hier in belangrijke mate aan bij.

Voor de renovatie van het rijksmonument aan de Bezuidenhoutseweg 30 in Den Haag had het Rijksvastgoedbedrijf een openbare aanbesteding uitgeschreven op basis van DBFMO. Deze afkorting staat voor Design, Build, Finance, Maintain en Operate. Dit houdt dus in dat de partij die de aanbesteding wint dient te zorgen voor het ontwerp, de bouw of renovatie, de financiering, het onderhoud en het beheer van het gebouw. Omdat hiervoor grote initiële investeringen nodig zijn, hebben DBFMO-contracten een relatief lange looptijd. In het geval van B30 is dat heel toepasselijk dertig jaar. Het belangrijkste voordeel van DBFMO is dat de aanbieder er alle belang bij heeft om naar duurzaamheid te streven, zodat de gebruikskosten van het gebouw zo laag mogelijk blijven. Daardoor blijven de Total Costs of Ownership ook lager. Een ander voordeel is dat het onderhoud en de facilitaire dienstverlening dertig jaar lang niet aanbesteed hoeven te worden, wat de gebruikers van het gebouw eveneens flink wat kosten bespaart. Een nadeel is er ook. De opdrachtgever zit voor minimaal dertig jaar vast aan het contract, wat vervelend kan zijn als de huisvestingseisen van de gebruikers sterk veranderen.

Klein wonder

Sommige aanbieders zullen het Programma van Eisen van B30 als niet realistisch hebben beoordeeld. Want wat de opdrachtgever, het Rijksvastgoedbedrijf, wilde was een doelmatig, flexibel en technisch zeer modern gebouw, waarvoor een ingrijpende renovatie nodig was, maar waarbij niets veranderd mocht worden aan het monumentale in- en exterieur. Dat dit gelukt is, mag een klein wonder worden genoemd.

Een andere uitdaging was dat het gebouw vijf organisaties van verschillende departementen moest huisvesten. Bovendien kreeg het een bestemming als locatie voor evenementen. Vanwege dit laatste, maar ook vanwege het sinds de invoering van de Rijkspas gehanteerde toegangsbeleid, was beveiliging met flexibele schillen noodzakelijk. Op de begane grond kan het beveiligingsniveau worden op- en afgeschaald en op de etages kunnen de beveiligingsschillen worden aangepast aan de huisvestingsbehoeften van de in het gebouw gevestigde diensten. Dit zijn op het moment het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) en de Autoriteit Persoonsgegevens. Het gebouw biedt compartimenten die toegankelijk zijn voor bezoekers, voor congresdeelnemers en voor houders van een Rijkspas. De organisaties beschikken daarnaast over compartimenten die alleen voor eigen medewerkers toegankelijk zijn en soms alleen voor medewerkers met een speciale autorisatie.

Lastige eisen

Namens Trigion werkt Roeland Overvoorde voor B30. Ergens in de catacomben van het kolossale gebouw heeft hij een bescheiden kantoor, dat als het kloppende hart van alle technische systemen kan worden beschouwd. Hij kan lang vertellen over alle uitdagingen die zijn bedrijf het hoofd heeft moeten bieden, gedurende de renovatie die in 2014 van start is gegaan. “Het lastigste waren de eisen waarmee je in een rijksmonument te maken krijgt. Zo zijn er trappen die feitelijk geen nut meer hebben, maar die wel behouden moesten blijven. Daardoor waren extra beveiligingsmaatregelen nodig. Nog een interessant punt zijn de antieke deuren op plaatsen waar we brandscheidingen hebben. Die deuren voldeden niet aan de eisen voor brandwerendheid, dus daar moesten we iets op verzinnen. We hebben ze uiteindelijk door een gespecialiseerd bedrijf in Duitsland met laserstralen laten splitsen, zodat er een stalen plaat in verwerkt kon worden.” Dat zijn dan details. In de grotere lijnen was er de uitdaging dat het gebouw interdepartementaal moest worden. Dat moest met één, volledig geïntegreerd beveiligingssysteem worden ondersteund. Trigion deed een aantal vergelijkingen en koos tenslotte voor iProtect, het security managementsysteem van Keyprocessor. Om de integratie niet nodeloos ingewikkeld te maken, werden zoveel mogelijk beveiligingssystemen eveneens van Keyprocessor of zusterbedrijven uit de TKH GROUP betrokken. Zo zijn de camera’s van Siqura, het videomanagementsysteem van VDG en de intercom-posten van Commend. Voor de inbraak- en brandsignalering is apparatuur van Honeywell gebruikt, die via koppelingen integraal functioneert met iProtect. Hetzelfde geldt voor de sleutelkasten van Traka.

Beveiligingsmelding

Vanuit iProtect kan de beveiliging vanaf gewone computers worden beheerd. Meer software dan een webbrowser is daarvoor niet nodig. Via met AES256-encryptie beveiligde verbindingen kunnen gebruikers kan de securityhost instellingen aanpassen, gebruikers toevoegen en verwijderen en andere dagelijkse gebeurtenissen regelen. Daarbij werken zij via een gebruikersinterface die afgestemd is op hun taken en bevoegdheden. Wanneer een beveiligingsmelding wordt genereerd, wordt deze doorgezet naar de AlarmServiceCentrale van Trigion die als permanente backup fungeert. Als de securityhost bijvoorbeeld net met een bezoeker in gesprek is, kan een centralist in Schiedam het alarm afwikkelen. Zo’n alarm ontstaat onder andere als een deur te lang open blijft of als iemand een deur wil openen met een niet geautoriseerde pas. Automatisch wordt de juiste camera ingeschakeld, zodat de securityhost of centralist ook een visueel beeld krijgt van de situatie. Verder kan de centralist vanuit Schiedam de intercoms van B30 bedienen. Het security managementsysteem van Keyprocessor is bijzonder flexibel. “Het wordt altijd ingericht op klantspecifieke wensen”, licht Kees Kreukniet van het bedrijf toe. “En alles is altijd aan te passen, waarbij verreweg het meeste door de gebruiker zelf gedaan kan worden.”
Normaal werken er 450 mensen in B30. Maar het gebeurt ook dat externe ambtenaren er tijdelijk komen werken in verband met een project. Doordat er flexibele werkplekken zijn, vormt dat doorgaans geen enkel probleem. “Sinds de overheid met de Rijkspas werkt, is elke rijksambtenaar welkom in elk rijksgebouw”, vertelt Overvoorde. “Maar dat wil niet zeggen dat hij overal naar binnen mag. Zeker bij de Autoriteit Persoonsgegevens gelden zeer strikte eisen voor wie toegelaten wordt.”

Beveiligingsschillen

Om uitvoering van het toegangsbeleid mogelijk te maken zijn niet minder dan 274 Rijkspaslezers van Keyprocessor geïnstalleerd. Deze zijn via controllers met het IP-netwerk verbonden. Voor extra beveiligde ruimtes is een kaartlezer met pincodetableau toegepast. Voor bezoekers is er een apart systeem. Onder begeleiding krijgen bezoekers een normale Rijkspas mee, maar bijvoorbeeld deelnemers aan een in B30 georganiseerde bijeenkomst krijgen een speciale pas. Deze zorgt onder andere voor alarm als de bezoeker een compartiment binnen wil, waar dit niet is toegestaan. Bezoekers kunnen het gebouw verlaten via de veiligheidssluis, nadat zij hun pas in een inslikzuil hebben geworpen. Bijzonder is de aanmaak van bezoekerspassen. Dit gebeurt via een scanner die het paspoort of rijbewijs van de bezoeker scant en alleen de relevante gegevens in het systeem zet. Er waren nogal wat compromissen nodig, voordat deze oplossing geaccepteerd werd door de Autoriteit Persoonsgegevens, die dus ook in B30 zetelt. Normaal worden de beveiligingsschillen in het gebouw niet veranderd, maar daarop geldt dus een uitzondering voor de benedenverdieping. Evenementen vinden daar plaats in een grote ruimte met daarnaast een aantal vergaderzalen. Die vergaderzalen behoren ook tijdens een evenement tot het beveiligde gebied, maar daarvan kan worden afgeweken als ze tijdens het evenement nodig zijn voor kleinere sessies. Via een plattegrond is heel eenvoudig in te stellen welke zalen wel en welke niet tot het beveiligde gebied behoren. Er is zelfs aan een sluis gedacht, om vanuit het beveiligde gebied catering naar het evenement te brengen.

Extra creativiteit

Het toegangssysteem ondersteunt het normale proces. Natuurlijk kan het ook gebeuren dat er abnormale dingen gebeuren. Daarom zijn twee inbraakcentrales met 630 detectoren en drie videoservers met 102 normale camera’s en twee thermische camera’s geïnstalleerd. Alle camera’s zijn digitaal en kunnen gevoed worden via Power-over-Ethernet. De thermische camera’s zorgen voor een virtueel hekwerk langs een zijgevel van het gebouw.  Afgezien van de vraagstukken rond de bekabeling in het monumentale gebouw, was installatie van de inbraaksignalering nog niet zo ingewikkeld. Maar voor de brandsignalering was wel wat extra creativiteit nodig. De architect wilde geen ‘lelijke puisten’ op de plafonds. Daarom is op sommige plaatsen de rookmelder in de sokkel van hanglampen verwerkt. “De architect werkte weliswaar in opdracht van Facilicom”, zegt Overvoorde. “Maar hij had het wel voor het zeggen!” In een grote kantoortuin mochten ook geen rookmelders worden geplaatst. Daarom is daar voor aspiratie gekozen. Dat is een principe waarbij lucht uit de ruimte wordt aangezogen en wordt onderzocht op de aanwezigheid van rookdeeltjes. Met zo’n systeem wordt ook een hoog atrium in het gebouw beveiligd.

Smart building

Er is de afgelopen twee jaar hard gewerkt om B30 op tijd af te krijgen. 22 september konden de eerste medewerkers naar binnen en 4 december was de officiële opening. Mensen die de oude situatie nog hebben meegemaakt, zullen daar weinig meer van herkennen. Op het monumentale na is alles er uit gesloopt. Zelfs twee (niet monumentale) etages zijn afgebroken, waarna daar één etage voor in de plaats kwam. Op het gebied van techniek is B30 een smart building geworden. Verlichting en verwarming reageren op de aanwezigheid van medewerkers en Facilicom onderzoekt nog steeds hoe met integratie de efficiency nog verder is te vergroten. “Op het moment kijken we hoe we naast brandmeldingen ook meldingen van technische storingen op onze pagers kunnen ontvangen”, noemt Overvoorde als voorbeeld. De systemen zijn al getest voordat zij werden geïnstalleerd. Kreukniet: “In onze speciaal ingerichte FAT-ruimte bij Keyprocessor hebben we de configuratie vooraf samengesteld voor een Factory Acceptance Test. Pas toen alles goed functioneerde, hebben we het systeem laten installeren. Het voordeel is dat de Site Acceptance Test daardoor direct een positief resultaat opleverde.”
Overvoorde was tijdens de realisatie projectmanager. Toen nog als spil tussen het bouwbedrijf en de opdrachtgever. Hij werkt nog steeds voor Facilicom, maar nu voor de facilitaire medewerkers op de locatie. In november werd nog hard gewerkt om een omvangrijk kunstwerk in het atrium af te krijgen en een aantal restpuntjes te verhelpen. De uitdaging is nu om dertig jaar de opdrachtgever en de ambtenaren in B30 tevreden te houden. Dat betekent blijven innoveren en anticiperen op problemen, liefst voordat deze ontstaan.

Dit artikel verscheen eerder in vakblad BEVEILIGING editie 12 – 2016 (auteur Vincent Vreeken).

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen