De kracht van Facilicom activeren

Facilicom heeft altijd sterk geloofd in het combineren van facilitaire diensten. Dat betaalt zich nu uit: de markt vraagt steeds vaker om integrale oplossingen, en Facilicom heeft daarin een unieke propositie. Maar ook single servicecontracten blijven een groot deel van de portefeuille uitmaken. Facilicom gaat de divisies nu nog duidelijker profileren als kwaliteitsaanbieders. Zo kunnen ze met hun specialisme ook een belangrijke rol spelen bij het invullen en optimaliseren van integrale oplossingen.

Geert van de Laar is sinds afgelopen zomer niet langer algemeen directeur van Trigion, maar concerndirecteur Facilitaire Bedrijven Nederland en daarmee eindverantwoordelijk voor Trigion, Gom, Prorest en Facilicom Facility Solutions. President-directeur Hans Gennissen: ‘Facilicom is de laatste jaren fors gegroeid. De span of control was daar nooit aan aangepast. Ik had nauwelijks meer tijd om mij echt inhoudelijk te verdiepen in de bedrijven en om kennis uit te wisselen’ Geert van de Laar: ‘Het is onder andere mijn taak om de organisaties te versterken door veel meer te gaan kijken naar elkaars best practices.’ Algemeen directeur Rogier Verbeek van Facilicom Facility Solutions: ‘In het verleden bleef veel waardevols beperkt tot de eigen kolommen. Nu is er veel meer uitwisseling. Er blijft geen goed idee meer onbesproken.’ Ook de opdrachtgevers zullen dat merken. Geert van de Laar: ‘We zijn actief in verdringingsmarkten. Het is dan extra belangrijk om je als bedrijf te onderscheiden. Dus willen we onze kwaliteit nog verder verbeteren, meer managementinformatie bieden, de dienstverlening nog transparanter maken en bijvoorbeeld inspelen op beleving, zaken die opdrachtgevers steeds belangrijker vinden. Het is slimmer en efficiënter om dat samen te doen.’ 

Facilicom als merk

‘We willen de kracht van Facilicom activeren,’ stelt Hans Gennissen. ‘De markt associeert Facilicom met professioneel en betrouwbaar. Dat de facilitaire bedrijven bij Facilicom horen, wordt meer en meer gezien als een kwaliteitswaarmerk. Daarvan profiteren we ook bij single service-contracten.’ Facilicom wordt daarmee ook zelf een merk. Hans Gennissen: ‘We krijgen in de afzonderlijke markten een steeds betere positie omdat we óók vertellen dat bedrijven onderdeel zijn van Facilicom. Daarom gaan we duidelijker maken wat Facilicom is, waar Facilicom voor staat, wat Facilicom belangrijk vindt, dat Facilicom sterk is. Geert van de Laar heeft de juiste ervaring, de juiste achtergrond en de juiste statuur om dat naar buiten te brengen en het gezicht van Facilicom te worden.’ Geert van de Laar ziet de voordelen voor opdrachtgevers: ‘De cultuur en de structuur van bedrijven is gelijk. Opdrachtgevers die Gom al kennen, kunnen erop vertrouwen dat ze bij Trigion en Prorest een vergelijkbare ervaring zullen hebben. De kernwaarden van Facilicom zijn ook de kernwaarden van de divisies. Dus zal er meteen al een klik zijn met de mensen die aan tafel komen. Maar het gaat veel verder: kwaliteit, procedures, accountstructuur, managementinformatie, het is allemaal vergelijkbaar.’ Hans Gennissen: ‘Met dit achterliggende idee is Facilicom de afgelopen 45 jaar gevormd. Nu is het moment om dat te gaan uitnutten.’

Voorkeurspositie

Facilicom heeft altijd een ambitieuze groeistrategie gehad. En die groei zit de laatste jaren vooral in multiservices en integrated facility management. Dat het bedrijf tegelijkertijd de afzonderlijke divisies sterk in de markt blijft zetten, is ook logisch. Hans Gennissen: ‘Nog steeds is zo’n 80 procent van de markt single service, daar draait ons bedrijf dus op.’ Het is ook niet altijd goed mogelijk om opdrachtgevers te verleiden meerdere diensten af te nemen. Geert van de Laar: ‘Het is lastig om multiservices-contracten af te sluiten als we te maken hebben met aanbestedingsprocedures. Als grote leverancier doen we veel zaken met overheidsinstanties. Zitten we daar met een single service, dan is het bijna onmogelijk om te praten over multiservices, want dan moet het integrale concept opnieuw Europees worden aanbesteed. De aanbestedingsregels beperken de mogelijkheden om de dienstverlening geleidelijk aan te verbreden.’ Hans Gennissen: ‘Terwijl opdrachtgevers vaak aangeven dat ze graag met ons zouden willen praten over verlenging of verbreding van het contract.’ Geert van de Laar wil daarom graag bewerkstelligen dat Facilicom een voorkeurspositie krijgt: ‘Tenders moeten transparant en eerlijk zijn, wij zouden dat niet anders willen. Maar ik vind dat de opdrachtgever een voorkeur moet hebben. Dat hij als de tender loopt, hoopt dat het Gom, Trigion of Prorest wordt, omdat hij heeft gehoord dat dat de beste bedrijven zijn en hij graag met de beste wil werken.’

Meer voordeel behalen

Het is Facilicom eigen om te streven naar langetermijnrelaties. Rogier Verbeek: ‘Je kunt beter waarde toevoegen naarmate je intensiever met elkaar samenwerkt en daar heb je doorgaans een langere termijn voor nodig. Opdrachtgevers hebben die behoefte wel, maar die staat haaks op de aanbestedingsregels. Dat is wel een spanning in de markt.’ Geert van de Laar: ‘We hebben vooral integrale contracten met commerciële bedrijven. Maar als je ziet dat de overheid terug moet in kosten en bezetting, dan zou het helpen als ze bijvoorbeeld zouden kunnen overstappen van single services naar multiservices, of zouden kunnen doorgroeien naar totale uitbesteding van het facilitaire bedrijf. De aanbestedingsregels beperken dus merkwaardig genoeg de mogelijkheden om voordelen te behalen.’ Hans Gennissen: ‘De overheid experimenteert op onderdelen wel met verdergaande uitbesteding en langlopende contracten, bijvoorbeeld met DBFMO, maar op het gebied van services zie je toch terughoudendheid.’ Rogier Verbeek: ‘Dat is jammer, want daarmee missen ze een belangrijke ontwikkeling. De afgelopen tijd hebben we de contracten zien evolueren. Bedrijven die voorop lopen zijn vijftien, twintig jaar geleden al overgestapt van single service naar combinatiecontracten, werden daarna gevoelig voor multiservices en maincontracting en, vooral de laatste jaren, voor het meest vergaande model: integrated facility management. Bij elke stap hebben ze meer voordeel behaald, is de efficiency verder vergroot en hebben ze de kwaliteit zien toenemen.’

Integrale oplossingen

De intensievere samenwerking tussen de facilitaire bedrijven van Facilicom is zeker ook bedoeld om nog beter vorm te kunnen geven aan integrale oplossingen. Hans Gennissen: ‘Facilicom heeft een unieke propositie. We hebben als enige in Nederland alle soft facilities en hard facilities in eigen huis. Niet alleen schoonmaak, beveiliging, catering en facilitair management, maar ook technisch en bouwkundig onderhoud.’ Rogier Verbeek: ‘Dat niet alleen, we beschikken ook over de expertise om al die diensten te integreren. We hebben destijds heel welbewust met Facilicom Facility Solutions een aparte divisie opgericht voor facilitair management en het integreren van diensten, want dat is een vak apart.’ Hans Gennissen: ‘We hebben wel concurrentie, maar dat zijn toch vooral samenwerkingsverbanden. En die missen de eenheid van Facilicom. Het blijkt toch heel moeilijk om met afzonderlijke bedrijven alle benodigde dwarsverbanden te leggen.’ Geert van de Laar: ‘Dat maakt overigens wel duidelijk dat ook andere partijen en de markt onze visie delen en veel toekomst zien in integrale dienstverlening. Dat is natuurlijk ook de reden waarom G4S het plan had ISS over te nemen’ Hans Gennissen: ‘Maar ook die combinatie zou de hard facilities niet in eigen huis hebben gehad. Bovendien zijn wij al sinds het midden van de jaren ’80 bezig met diversificatie. Ook al zouden bedrijven nu zo samenklonteren dat ze een vergelijkbare propositie kunnen bieden: die 25 jaar aan ontwikkeling, kennis en ervaring is natuurlijk niet zomaar te kopiëren.’ Rogier Verbeek: ‘Juist doordat wij alles in eigen huis hebben, zijn we al die jaren al in staat om mee te gaan in de evolutie die onze opdrachtgevers doormaken, en kunnen we nu bijvoorbeeld als single party invulling geven aan een PPS-contract. Sterker nog: doordat we alles zelf in huis hebben, zijn we in staat die evolutie te stimuleren en opdrachtgevers te begeleiden in de doorgroei naar steeds verdere uitbesteding.’

Kostenreductie

De markt voor uitbesteding is volwassen geworden. Rogier Verbeek: ‘Tien, vijftien jaar geleden, bij de opkomst van maincontracting, was er nog veel weerstand bij opdrachtgevers om alle eieren in één mandje te leggen. Maar het model heeft zich inmiddels wel bewezen. Opdrachtgevers zijn uit op de beste deal. En als wij kunnen aantonen dat we met eigen bedrijven die beste deal kunnen bieden, dan kiezen opdrachtgevers veel vaker daarvoor.’ Geert van de Laar: ‘Maincontracts worden, op de keper beschouwd, toch gewoon ingevuld met single services die door één partij worden aangestuurd. Er vindt dus geen integratie plaats, er zit alleen enige integraliteit in het management. Terwijl de efficiency en de kostenreductie vooral ontstaan in de integratie en de bundeling van de operationele diensten.’ Hans Gennissen: ‘Die laatste stap is de meest essentiële. De echte integratie moet bij de uitvoerende medewerkers plaatsvinden. Dan bereik je veel meer winst: dan heb je uitvoerende medewerkers die integraal denken en werken en zich verantwoordelijk voelen voor alle aspecten van de dienstverlening.’ Rogier Verbeek: ‘Je zult altijd moeten blijven ondernemen om de opdrachtgever te boeien en te binden. Als je geen eigen diensten hebt en die dus ook niet kunt integreren, dan is er op een gegeven moment een einde aan de optimalisatie die je kunt bereiken.’

Waarde toevoegen

Het is aan de facilitaire dienstverlener om voortdurend waarde toe te blijven voegen. Rogier Verbeek: ‘En dat doe je door steeds dat te bieden waar de opdrachtgever aan toe is. Het is de best passende kwaliteit tegen het best passende kostenniveau voor die opdrachtgever op dat moment. Het is aan ons om mee te bewegen met de opdrachtgever. Dat kun je pas echt goed doen als je ownership neemt over de facilitaire bedrijfsvoering. Dan kun je helpen kosten te reduceren op het moment dat de opdrachtgever in zwaar weer zit, de huisvesting en sfeer aantrekkelijker maken als hij zijn attractiviteit wil vergroten op de arbeidsmarkt, het bedrijf en het pand zichtbaarder en gastvrijer maken als hij dat uit commercieel oogpunt nodig heeft. Dat praat je dus niet meer alleen over kosten van de facilitaire dienstverlening, maar ook over de opbrengsten. Natuurlijk kun je zo’n concept eveneens met single services leveren, en dat doen we zeker ook. Maar als je dat over de hele breedte doet, is de impact veel groter. En als dat dan door één partij wordt aangestuurd, dan krijg je ook nog eens over de hele breedte dezelfde hoge kwaliteit en een eenduidige klantbeleving.’ Daarmee zijn we terug bij het begin. Geert van de Laar: ‘We kunnen dergelijke integrale concepten alleen waarmaken als we ook achter de schermen intensief samenwerken en kennis en ervaring uitwisselen. Ook daarom is het dus belangrijk om meer nog dan vroeger de dwarsverbanden te leggen tussen de verschillende bedrijven.’ Rogier Verbeek: ‘Het maakt dat we sneller kunnen schakelen en dat het resultaat beter is, omdat we de competences van al die divisies nu bij elkaar hebben gebracht.’ Hans Gennissen: ‘We kunnen deze unieke propositie alleen waarmaken doordat we alle divisies de mogelijkheid bieden hun specialisme steeds verder te ontwikkelen. Dat zullen we ook blijven doen. Juist doordat we in al die facilitaire diensten specialisten zijn en een ongekende expertise hebben, kunnen we opdrachtgevers op alle fronten een hoge kwaliteit bieden. In schoonmaak, beveiliging, catering, technisch en bouwkundig onderhoud én bij het invullen en optimaliseren van integrale oplossingen.’ <

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen