Het nieuwe werken in cijfers

Het Nieuwe Werken (HNW) levert de economie 2 miljard euro op in 2015. De cijfers zijn afkomstig van PwC en Natuur & Milieu en werden kwistig rondgestrooid in De Week van Het Nieuwe Werken. Maar waar komen die cijfers vandaan? Kloppen ze wel? Hoeveel mensen zijn eigenlijk al HNW'ers? En voor hoeveel mensen is het uiteindelijk weggelegd? Facilitair! duikt in de cijfers.

Het is een opmerkelijk pact: de Stichting Natuur & Milieu die steeds maar schermt met cijfers van consultant PwC. Sterker nog, het onderzoek 'Een verkenning van macro-economische effecten van Het Nieuwe Werken' van PwC is verricht in opdracht van de milieuorganisatie. Het rapport, dat op 4 november 2011 werd gepubliceerd maar kennelijk nog steeds actueel is, weet precies hoeveel mensen HNW'er zijn: 10 procent, ofwel 780.000 Nederlanders. PwC baseert zich daarbij op het onderzoek 'Tijd- en plaatsonafhankelijk werken in 2010' van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daar zijn verschillende cijfers in te vinden (zie ook 'Mobiele werkers, telewerkers en echte HNW'ers'). PwC heeft gekozen voor het aantal mensen dat op dat moment mobiel kon werken, en dat is 10 procent. De consultancyfirma is vervolgens wel wat creatief met de cijfers. Volgens het CBS telt Nederland 7 miljoen werknemers, waarvan er 'ruim 6 miljoen' 12 uur of meer per week werken, een geëigend criterium. Op basis van die cijfers zou Nederland dus iets meer dan 600.000 HNW'ers tellen. PwC stelt het aantal werkenden om onduidelijke redenen echter op 7,8 miljoen en komt zo op een aantal HNW'ers dat maar liefst 30 procent hoger ligt.

NRC Next: ‘Ongefundeerd’

Ook de fact checkers van NRC Next doken tijdens de Week van Het Nieuwe Werken op het PwC-rapport. Zij gingen na of het wel echt zo is dat Het Nieuwe Werken over een paar jaar 2 miljard euro oplevert. NRC Next merkt terecht op dat de verdubbeling van het aantal HNW'ers die PwC voorziet voor 2015, slechts een aanname is: dat is dus helemaal niet zeker. Volgens de berekeningen van Facilitair! is het aantal HNW'ers en daarmee het bespaarde bedrag ook nog eens 30 procent te hoog. Dan zou Het Nieuwe Werken in 2015 dus minder opleveren: nog maar iets meer dan 1,5 miljard. De winst wordt volgens PwC voor de helft behaald doordat er minder woon-werkverkeer is. Afname van emissies, minder geluidsoverlast en minder ongelukken leveren 100 miljoen op. Er is een profijt van 164 miljoen doordat bijvoorbeeld gehandicapten een betere toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. En PwC becijfert dat de arbeidsproductiviteit met 2 procent stijgt, en dat is goed voor 648 miljoen.

HET PWC-RAPPORT KIJKT ALLEEN NAAR DE BATEN VAN HET NIEUWE WERKEN, NIET NAAR DE LASTEN

NRC Next: 'Het percentage van 2 procent baseert PwC op een conservatieve schatting en niet op bestaand, gefundeerd onderzoek - dat is er ook niet.' Journalist Freek Schravesande concludeert: 'In het PwC-rapport staat - terecht - dat het onderzoek een beperkte reikwijdte heeft. Het onderzoek kijkt alleen naar de baten van het nieuwe werken, niet naar de lasten.' De krant citeert onderzoeker Theo van der Voordt van de TU Delft: 'Zo blijken lang niet alle werknemers gebaat bij een open kantooromgeving met flexplekken. Het leidt bij sommige - met name introvertere - werknemers tot concentratieverlies en dus minder productiviteit. (-) En ook thuiswerken heeft nadelen: verminderde sociale cohesie op de werkvloer en vervagende grenzen tussen werk en privé, wat kan leiden tot burn-outs, een flinke kostenpost.' De bewering 'Het Nieuwe Werken levert miljarden op' is volgens next.checkt dan ook 'ongefundeerd'.

Bijna iedereen HNW’er

Mobiele werkers, telewerkers en echte HNW'ers: PwC heeft de mobiele werkers uit het onderzoek 'Tijden plaatsonafhankelijk werken in 2010' van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) benoemd tot HNW'ers. In de definitie van het CBS zijn mobiele werkers echter 'medewerkers die geregeld voor het eigen werk een draagbaar apparaat met ten minste 3G-technologie gebruiken voor toegang tot internet'. Het CBS noemt in hetzelfde rapport ook andere cijfers. Zoals telewerkers: mensen die vanaf locatie kunnen inloggen op de bedrijfssystemen. 'Van de ruim 6 miljoen werknemers die in 2010 per week 12 uur of meer werken, beschouwt 1 miljoen zich als telewerker. Dat is 16 procent.' Het echte plaatsen tijdonafhankelijk werken, zo constateert het onderzoek, 'vindt in 2010 in Nederland op bescheiden schaal plaats. Drie op de tien werknemers melden dat men incidenteel thuis werkt. Gemiddeld wordt dan 6 uur per week thuisgewerkt. Zeven procent van de werknemers meldt dat men structureel thuis werkzaamheden verricht voor de werkgever.'

Terug naar het aantal HNW'ers. Is het 10 procent? Wordt het 20 procent? Heel conservatieve cijfers, denkt Loek van den Broek, eigenaar van het bedrijf HR & management en volgens eigen zeggen specialist in Het Nieuwe Werken. In een enigszins provocerend betoog op hetnieuwewerkenblog.nl op 6 februari 2012 stelt hij de vraag: 'Voor hoeveel Nederlanders is Het Nieuwe Werken weggelegd?' Hij geeft zelf het antwoord en noemt dat choquerend: 'Ik denk namelijk dat het voor 95 procent van alle 7,5 miljoen werkenden mogelijk is.' Dat is inderdaad nogal wat. Gelukkig specificeert de blogger het. Globaal 40 procent van de werkende bevolking kan plaatsonafhankelijk werken, vooral de kenniswerkers. Nog eens 40 procent kan tijdonafhankelijk werken. 'De derde categorie zijn de echte geluksvogels. Ze kunnen zowel plaatsals tijdonafhankelijk werken en ook die zijn er meer dan we denken.' Facilitair! had de rekenmachine natuurlijk paraat en komt bij het optellen niet op 95 procent, maar op 80 procent. Bovendien kijkt Van den Broek alleen of deze mensen als HNW'er zouden kunnen werken, en niet of het bedrijf dat wil en of de mensen dat willen. Jammer is ook dat hij plaatsonafhankelijk en tijdonafhankelijk werken uit elkaar trekt, terwijl het echte HNW toch wordt gedefinieerd als 'werken waar en wanneer je maar wilt'. De vraag is bovendien of tijdonafhankelijk werken zoals deze specialist het definieert, namelijk als 'zelf roosteren', wel echt een vrucht is van Het Nieuwe Werken. Veel mensen kunnen al jaren, soms al decennia tot op zekere hoogte zelf bepalen hoe laat ze beginnen, hoe ze hun ADV-uren gebruiken, kiezen of ze hun 36 uur in viereneenhalve dag of in vier dagen stoppen en zelf bepalen of en wanneer ze een dag thuis werken.

Vooral ‘zachte’ effecten

HNW minder geschikt voor jongere medewerkers: Flexibiliteit, een informele sfeer, altijd en overal willen en kunnen werken: het wordt vooral geassocieerd met jong en dynamisch. Verrassend is dat juist jongere medewerkers er minder behoefte aan blijken hebben. Een meerderheid van de jongere medewerkers werkt liever niet thuis, concludeerde JobTrack.nl in 2011 na een onderzoek onder ruim 28.000 respondenten. In een persbericht zei Marco de Weerd van JobTrack.nl: 'Het nieuwe werken wordt enorm gestimuleerd, maar blijkt niet altijd wenselijk te zijn. Jongeren zijn zich bijvoorbeeld nog volop aan het ontwikkelen en kunnen veel leren van collega's. Dat is een punt waar werkgevers wel rekening mee moeten houden.' Uit een onderzoek van Studentalent uit 2011 onder 1.800 HBOen WO-studenten en starters blijkt hetzelfde: studenten en starters hebben de voorkeur voor een traditionele werkomgeving. Ze zoeken in hun eerste echte baan vooral sfeer, leuke collega's en goede mogelijkheden voor opleiding en ontwikkeling. Ook een aardige bevinding is dat nu juist jongeren vaak moeite hebben om nieuwe media opeens voor het werk te gebruiken, omdat die media altijd een verlengstuk waren van hun privé-leven.

Het Nieuwe Werken is een containerbegrip geworden. Bijna elke vernieuwing in de werkomgeving wordt eronder geschaard, van af en toe een dag thuis werken tot wat minder forensen, van zelf roosteren tot mobiel kunnen inloggen. Dat ligt toch allemaal ver van de definitie 'werken waar en wanneer je maar wilt'. Het is dan ook diffuus hoeveel mensen inmiddels echt HNW'er zijn en hoeveel mensen in de toekomst zo zullen werken.
Bedrijven en organisaties die Het Nieuwe Werken willen invoeren doen er goed aan om duidelijk te formuleren wat ze onder Het Nieuwe Werken verstaan. Ook zullen ze moeten bepalen voor welke medewerkers de grote vrijheid die deze manier van werken met zich meebrengt, geschikt is. Uit de literatuur die op internet is te vinden, blijkt dat het zaak is de invoering van HNW goed te begeleiden en te monitoren of mensen het wel aankunnen, al moet daarbij worden gezegd dat die literatuur vaak afkomstig is van belanghebbenden, zoals consultants.

DE VRIJHEID DIE HET NIEUWE WERKEN MET ZICH MEEBRENGT IS LANG NIET VOOR IEDEREEN PROFIJTELIJK

Het is waarschijnlijk wel een goed idee als organisaties van tevoren op papier zetten waarom ze Het Nieuwe Werken willen invoeren, welk baten ze ervan verwachten en wat de kosten (kunnen) zijn. Organisaties die Het Nieuwe Werken willen invoeren om te bezuinigen of als maatregel om de productiviteit te verhogen, moeten zich in ieder geval even achter de oren krabben, zo valt te concluderen uit het onderzoek 'Het Nieuwe Werken Barometer' van (onder andere) de Rotterdam School of Management van juli 2011.

OPVALLEND IS DAT ORGANISATIES VERWACHTEN DAT DE PRODUCTIVITEIT STERK TOENEEMT, TERWIJL DIT IN MINDERE MATE WORDT ERVAREN

De doelstellingen van 100 onderzochte organisaties waren voor 83 procent gericht op de 'zachte' effecten van Het Nieuwe Werken, zoals verbetering van het welzijn van medewerkers en verbetering van de balans tussen werk en privé. Slechts 17 procent van de doelstellingen was gericht op kostenreductie. 'De kostenreductie werd ook minder belangrijk naarmate HNW werkelijk werd geïmplementeerd,' schrijven de onderzoekers. En: 'Opvallend is dat organisaties in de pre-implementatie verwachten dat de productiviteit sterk toeneemt, terwijl dit in mindere mate ervaren wordt als gerealiseerd effect.'

Een moeizaam huwelijk

Het Nieuwe Werken is waarschijnlijk ook niet voor iedereen weggelegd. OR-opleidingsinstituut De Kromme Rijn geeft in een ongedateerde notitie een bijzondere reden waarom de lezer misschien liever toch elke dag naar de baas gaat: 'U heeft een wat moeizaam huwelijk en bent blij als u van huis bent.' Het CBS komt in het hier al eerder aangehaalde onderzoek 'Tijd- en plaatsonafhankelijk werken in 2010' met cijfers die weinig worden geciteerd. 'Twee derde van de thuiswerkers vindt de mogelijkheid om thuis te kunnen werken belangrijk. Dat gaat maar voor een derde van de niet-thuiswerkers op.' Dat zijn opvallende uitkomsten: 33 procent van de mensen die wel thuis kunnen werken, vindt dat dus eigenlijk helemaal niet zo belangrijk, en voor 66 procent van de mensen die niet thuis kunnen werken, hoeft dat dus ook niet zo nodig.' Daar zitten vast wel wat mensen bij met een slecht huwelijk, maar natuurlijk ook veel mensen die hechten aan het directe contact met collega's en de sociale aspecten van de werkomgeving. En dan zijn er ook nog de mensen die niet zo goed zelfstandig kunnen werken, zoals psycholoog Marjette Slijkhuis eind maart 2012 constateerde in haar proefschrift 'A structured approach to need for structure at work'. In een samenvattend artikel schrijft zij: 'De vrijheid die Het Nieuwe Werken met zich meebrengt is lang niet voor iedereen profijtelijk. (-) Mensen met een hoge behoefte aan structuur profiteren niet van een toename aan autonomie vanwege de onduidelijkheid en onzekerheid die hiermee gepaard gaan. (-) Medewerkers met een hoge structuurbehoefte zijn meer gemotiveerd wanneer ze het gevoel hebben dat hun leidinggevende hen nauwgezet in de gaten houdt.'

Lees ook: Meer werk verzetten zonder meer te werken

Denise Hulst heeft een praktische whitepaper voor Nieuwe Werkers geschreven met de titel Meer werk verzetten zonder meer te werken. Wie het wil downloaden moet zich wel eerst registreren.


Lees ook: Microsoft en Het Nieuwe Werken

Softwarebedrijf Microsoft is een van een voorlopers op het gebied van Het Nieuwe Werken, ook omdat het bedrijf daar zakelijk gewin bij kan hebben. Het bedrijf heeft een mooie Nederlandse site speciaal over Het Nieuwe Werken. Microsoft-oprichter Bill Gates zette in 2005 al zijn visie op papier over The New World of Work.

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen