Een DMBO-school in Joure

Gemeente De Friese Meren wilde de bouw van de Brede School Joure Zuid op innovatieve wijze aanbesteden. Daarom werd gekozen voor PPS. Een consortium onder leiding van Facilicom heeft de school ontworpen, gaat hem bouwen en is 25 jaar lang verantwoordelijk voor de exploitatie. Gemeente, gebruikers en deelnemers in het consortium zijn enthousiast. De besparingen zijn aanzienlijk, maar belangrijker: 'De samenwerking heeft geleid tot een kwalitatief betere school.'

De Brede School Joure Zuid is een DBMO-project. Design, build, maintain en operate zijn in één keer aanbesteed voor een periode van 25 jaar. De F van finance is er bewust uit gelaten. Projectmanager Helga van der Molen van De Friese Meren: 'De gemeente wilde de financiering liever zelf op zich nemen.' Bas Niese, business unit directeur PPS bij Facilicom: 'Een gemeente kan goedkoper lenen. Doe je de F erbij, dan werkt dat kostenverhogend. De Rijksgebouwendienst kiest daar bewust voor bij grote projecten omdat de financier ook een belangrijke waakhondfunctie vervult. Bij zo'n relatief klein project als deze school ligt dat minder voor de hand.' De innovatieve aanbesteding heeft geleid tot meer kwaliteit tegen lagere kosten. Helga van der Molen: 'Het aanbestedingsvoordeel is 7 procent op design en build, en 11 procent op maintain en operate. Bij dat laatste gaat het natuurlijk om theoretische cijfers. In de loop der jaren zul je erachter moeten komen hoe het precies gaat werken. Dus daarin neem je eigenlijk een voorschot op je idealen.'

Maximale kwaliteit

Het gebouw is niet op prijs aanbesteed. Helga van der Molen: 'De prijs stond vast. Consortia konden scoren op maximale kwaliteit.'

DE PRIJS STOND VAST. CONSORTIA KONDEN SCOREN OP MAXIMALE KWALITEIT

Bas Niese: 'Maar ook als je niet kunt winnen op prijs is geld belangrijk. Door het gebouw doordacht in te richten, kun je meer kwaliteit toevoegen aan het gebouw. We hebben bijvoorbeeld een slim energieconcept ontwikkeld. Dat drukt de energiekosten in de 25 jaar van de exploitatie. Het geld dat we daarmee besparen, hebben we weer kunnen inzetten voor het verbeteren van de kwaliteit.' Helga van der Molen: 'We wilden een toekomstbestendig gebouw. Het moest duurzaam zijn, makkelijk te onderhouden en zuinig in energieverbruik.' Bas Niese: 'We hebben daarom elementen toegevoegd als drielaags glas, een sedumdak en zonnepanelen. Dat zijn elementen die het gebouw heel duurzaam maken, maar ook investeringen die zich weer terugverdienen gedurende de looptijd van het contract.' Het is bovendien een flexibel gebouw. Helga van der Molen: 'Daar is veel aandacht aan besteed. Mocht het gebouw niet meer nodig zijn als school, dan kan het relatief makkelijk een andere functie krijgen.'

Terugverdientijden

De kosten zijn onder meer gedrukt door het optimaliseren van het gebruik van de vierkante meters. Bas Niese: 'Dat scheelt in de bouw, maar het heeft ook veel invloed op de exploitatiekosten.' Tegelijkertijd komt daarmee het karakter van het gebouw beter uit de verf. Helga van der Molen: 'De samenwerking tussen gebruikers komt goed tot zijn recht. Dat is ook een kwaliteit van dit ontwerp: dit consortium heeft heel goed het doel van dit gebouw in ere gehouden. Waarom bouw je dit gebouw? Hoe kun je het doel van die brede school met je ontwerp ondersteunen?

DOORDAT WE VERANTWOORDELIJK ZIJN VOOR HET TOTAAL KUNNEN WE DIENSTEN INTEGREREN 

Iedereen kan een gebouw neerzetten, maar dit consortium heeft laten blijken ook heel goed door te hebben waar het gebouw voor is. Dat heeft punten opgeleverd.' Ook in de exploitatie is gekeken naar efficiëntie. Bas Niese: 'Doordat we verantwoordelijk zijn voor het totaal kunnen we diensten integreren. Mensen worden multifunctioneel ingezet: er hoeven dus geen twintig leveranciers naar de school toe. Ook heel belangrijk is dat we invloed hebben gehad op het ontwerp. Bijvoorbeeld op materiaalkeuzes. Een architect zou bij een school normaal al gauw hebben gekozen voor linoleum, wij hebben voor rubber vloeren gekozen: die zijn duurder in de aanschaf, maar veel goedkoper in het onderhoud. Zo hebben we alle onderhoudskosten en terugverdientijden onder de loep genomen. Doordat ontwerp, bouw en exploitatie samenwerken, kun je daar veel beter naar kijken. Maintain en operate is ongeveer de helft van de kostprijs van het totale project, dus dat is een grote knop waar je aan kunt draaien.'

Zware dialoogfase

De gemeente heeft geleerd van het project. Helga van der Molen: 'De outputspecificaties waren vastgelegd in een boekwerk van 400 pagina's waarin werkelijk alles was beschreven: zichtlijnen, relaties, functionaliteit, luchtkwaliteit. Dat is op zich niet zo bijzonder, maar bij dit project waren de outputspecificaties heel erg sturend. Dat is niet erg, want het was een duidelijk project. Maar vervolgens is wel een uitgebreide dialoogfase gestart. Dan zet je dus eigenlijk twee heel zware middelen in. Dat had efficiënter gekund: er had ook gekozen kunnen worden voor een wat lichtere dialoogfase. De outputspecificaties waren zo gedetailleerd dat je ook aan de hand daarvan het gebouw waarschijnlijk heel goed had kunnen ontwerpen.' Bas Niese: 'Wij hebben die dialoog als heel positief ervaren. Het heeft veel tijd en energie gekost maar het heeft wel gezorgd voor de interactie waarin je samen zoekt naar een oplossing. Zo kun je plannen beter maken en krijg je uiteindelijk een nog betere school en een nog betere exploitatie.' Helga van der Molen: 'Het was het inderdaad allemaal wel waard. De gesprekken zijn heel goed geweest en hebben uiteindelijk gezorgd voor het beste resultaat.'

Circus rond aanbesteding

De aanbesteding van de Brede School Joure Zuid is rechtmatig, doelmatig en doeltreffend geweest, zo is officieel vastgesteld. Dat is tegenwoordig bijzonder. Helga van der Molen: 'Het is een hele opgave om een aanbesteding goed in de markt te zetten. Veel gemeenten vinden dat ook lastig. Daar maak ik me weleens zorgen om. De maatschappij heeft er toch vooral belang bij dat er goede dingen worden gedaan. Dat is niet altijd makkelijk met dat hele circus rond een aanbesteding. Als je tussentijds wat wil schuiven of aanpassen, is dat heel lastig. Voor je het weet is de aanbesteding ongeldig en ben je veel geld kwijt. Dat was ook bij deze aanbesteding een hele uitdaging. De aanbestedingswet laat weinig ruimte voor flexibiliteit.' De partijen zijn pragmatisch omgegaan met het opstellen van het uiteindelijke meerjarig contract. 'We hebben gewoon gekeken wat we nodig hebben om met elkaar te kunnen werken. Daar hebben we een grote slag in gemaakt. Dat is ook door de dialoog ontstaan. In plaats van veel juridisch gedoe hebben we samen goed nagedacht wat er nu echt op papier moet staan om goed met elkaar samen te kunnen werken. Daarbij zijn we ook gewoon uitgegaan van het goede in de mens. Zo zijn we teruggegaan van een dikke juridische bijbel naar een document waar ook mee te werken is.'

Gezamenlijk belang

Helga van der Molen: 'Het is heel belangrijk hoe zo'n consortium is samengesteld. Het werkt niet als er zomaar wat bedrijven bij elkaar worden geveegd. Dat gaat schuren, en dat merk je als opdrachtgever. Wij zagen dat de partijen in dit consortium zeer gelijkwaardig waren. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om het resultaat, als partijen elkaar ondertussen de tent uit vechten maakt dat ons als gemeente in principe niet zoveel uit. Maar je voelt het, en je ziet het in de ontwerpen: als er sprake is van gelijkwaardigheid zit het project beter in elkaar.' Bas Niese: 'Dat klopt. De architect, de bouwer en Facilicom waren heel gelijkwaardig in dit proces. We hebben gedrieën continu gezocht naar het optimum van elkaars kwaliteiten, zonder individueel iets te willen doordrukken. Dat zie je terug in het eindresultaat, dan krijg je een heel evenwichtig geheel.' Dat mag dan heel waardevol zijn, het is nog niet voldoende. Helga van der Molen: 'Ik zou anderen willen aanraden om in de gunningscriteria op te nemen dat er een goede samenwerking moet zijn tussen opdrachtnemer en de opdrachtgever. Bij dit soort projecten is het heel belangrijk samen hetzelfde doel na te streven. Dat speelt bij dit project nog meer omdat we hier meerdere gebruikers samenbrengen in één pand. Ook de brede school zelf is een samenwerkingsproject. Ontwerp, bouw, exploitatie én gebruik zijn geënt op een langdurige samenwerkingsrelatie. Dan mag je dat ook best in de uitvraag opnemen en er punten voor geven.'

Model met toekomst

Helga van der Molen: 'De DBMO-aanbesteding heeft geleid tot een kwalitatief betere school. De mensen die het best hebben nagedacht over de lange termijn hebben gewonnen. Daar zullen de gemeente en de gebruikers straks profijt van hebben.' Bas Niese: 'Het leuke is dat de architect bij de evaluatie zei: we hebben een betere school ontworpen. De bouwer zei: we gaan een betere school bouwen. En doordat wij als Facilicom betrokken zijn geweest bij ontwerp en bouw, kunnen wij deze school straks beter exploiteren. Dus op alle drie die gebieden is deze brede school beter geworden.' Helga van der Molen ziet een goede toekomst voor dit model. 'De vergoedingen die scholen krijgen voor schoonmaak, onderhoud en exploitatie zijn in 2009 al sterk versoberd en het ziet ernaar uit dat dat in de komende jaren alleen nog maar minder wordt. Dus is het logisch dat gemeenten en scholen een oplossing proberen te verzinnen om van die zorgen af te zijn. Dat is ook een belangrijke drijfveer geweest voor De Friese Meren. Je wil ontzorgd worden, en dat is hier gebeurd. Als die bezuinigingen worden doorgezet is het helemaal belangrijk dat scholen duidelijk hebben welke kosten ze zullen krijgen. Met PPS weet je precies waar je aan toe bent.'

Al 1.600 brede scholen in Nederland

De Brede School is komen overwaaien uit Engeland en Zweden. Het was de Groningse D66-wethouder Henk Pijlman die het fenomeen als eerste in Nederland introduceerde. In de tweede helft van de jaren '90 opende hij de eerste zogenaamde Vensterschool in de stad. Inmiddels telt de gemeente elf Vensterscholen waarin 34 basisscholen zijn verenigd. Kenmerk van brede scholen is dat ze onderdak bieden aan verschillende activiteiten rond opgroeiende kinderen zoals kinderopvang, jeugdzorg, maatschappelijk werk, buurtactiviteiten en voorzieningen op het gebied van cultuur en sport. Die combinatie is efficiënter en zorgt er bovendien voor dat kinderen die opvang, zorg of ondersteuning nodig hebben, sneller en beter kunnen worden geholpen. Nederland telt inmiddels zo'n 1.600 brede scholen, tegenwoordig ook in het voortgezet onderwijs.

Het consortium Facilicom

Het consortium dat de Brede School Joure Zuid gaat bouwen en exploiteren is vernoemd naar Facilicom. Het bedrijf heeft als single party ingeschreven en huurt specifieke deskundigheid in. De school is ontworpen door Bureau Bos en wordt gebouwd door het gespecialiseerde bouwbedrijf Pellikaan uit Tilburg. Het ontwerp van de buitenruimte is in handen van Kragten, adviesbureau voor de openbare ruimte. Facilicom-bedrijf Breijer is 25 jaar lang verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van het pand, Gom voor het schoonmaakonderhoud en Trigion voor de beveiliging.

De bewoners van de Brede School Joure Zuid

De Brede School Joure Zuid biedt straks onderdak aan de twee openbare basisscholen Lyts Luchtenveld en Zuiderveld, die ten tijde van de verhuizing gaan fuseren, en de Dr. E.A. Borgerschool, een protestantschristelijke basisschool. Andere bewoners zijn SKIK Kinderopvang: kinderdagverblijf, tussenschoolseen buitenschoolse opvang en een peuterspeelzaal, Miks Welzijn: dagactiviteiten en wijkactiviteiten voor jeugd en senioren en It Toanhûs: muzieklessen, dansen theatercursussen, lessen in beeldende kunst en andere activiteiten op het gebied van kunstzinnige vorming.

Landelijk Steunpunt Brede Scholen

De Rijksoverheid wil brede scholen stimuleren en ondersteunen en heeft daarom in 2009 het Landelijk Steunpunt Brede Scholen opgericht. Op de site van dit steunpunt is een schat aan informatie te vinden over brede scholen en andere ontwikkelingen in het primair onderwijs.

De Friese Meren: heel groot maar toch nog te klein

De Friese Meren is een fusiegemeente die eigenlijk nog niet bestaat. De (vrijwillige) fusie tussen de gemeenten Gaasterlân-Sleat, Lemsterland en Skarsterlân zou eigenlijk begin 2013 zijn beslag krijgen, maar is een jaar uitgesteld om ook het dorpje Terhorne aan de fusiegemeente te kunnen toevoegen. Wel vergaderen de colleges inmiddels gezamenlijk, werken de gemeenteraden samen en is de ambtelijke organisatie gefuseerd. De Friese Meren telt maar liefst 51 kernen en nog eens 21 buurtschappen. Bekende plaatsen zijn Joure, Balk, Lemmer, Sloten (Sleat), Sint Nicolaasga, Oudehaske en Oudemirdum. Het totale aantal inwoners van de fusiegemeente is 51.000. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken is een groot voorstander van gemeentefusies, maar zal hier niet tevreden mee zijn. Hij wil namelijk gemeenten met minimaal 100.000 inwoners. Moet de gemeente straks dus weer een fusie aangaan? Gemeentesecretaris Leendert Maarleveld: 'Nee, waarom? Het Rijk hevelt nogal wat taken over naar gemeenten want die kunnen dat slimmer, maar tegelijkertijd moeten die gemeenten dan wel heel groot zijn, want anders zouden ze het niet kunnen. Dat is eigenlijk een wat vreemde redenering. Er zijn ook taken die je juist veel beter met een kleinere schaal zou kunnen uitvoeren.' De Friese Meren beslaat al een behoorlijk groot gebied. 'Als we naar 100.000 inwoners willen, zouden we Heerenveen tot en met Grou erbij moeten nemen. Dat wordt veel te groot om te beheren, er is wel een grens. Dan praat je niet zozeer over het aantal inwoners, maar meer over structuur en omvang van het gebied.' Samenwerking vindt bovendien al plaats, ook zonder oekazes van Plasterk. 'Veel projecten in de jeugdzorg en in het sociale domein doen we samen met buurgemeenten, meestal met Súdwest Fryslân. Zelfs gemeenten met 100.000 inwoners of meer moeten op sommige gebieden samenwerken. Dat gebeurt ook al. Je hebt niet per se structuren nodig om samen te werken en zaken slim te doen.'

In de race voor nog vier PPS-projecten

Het Rijk en steeds meer lagere overheden zijn overtuigd van de winst van publiek-private samenwerking (PPS). Ook Facilicom ziet voordelen in deze langdurige manier van samenwerken en schrijft dan ook veel in op dit soort projecten. Op dit moment is Facilicom bij vier grote projecten geselecteerd voor de dialoogfase. Het gaat om een nieuw pand voor het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) op De Uithof in Utrecht, de renovatie van het oude pand van VROM aan de Rijnstraat in Den Haag, een nieuwe rechtbank in Breda en de ingrijpende verbouwing van het pand Bezuidenhoutseweg 30 in Den Haag voor de vestiging van het Centraal Planbureau (CPB), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het gaat in alle gevallen om DBFMO-contracten. Bij het plan Bezuidenhoutseweg 30 wil Facilicom de complete renovatie en exploitatie uitvoeren als single party, dus alleen met eigen bedrijven. Facilicom is het enige bedrijf in Nederland en misschien wel in de wereld dat alle expertise in huis heeft voor het compleet uitvoeren van PPS-projecten. Het bedrijf heeft dat eerder gedaan bij het kantoor van de Belastingdienst in Doetinchem en de Brede School in Joure. Doorgaans wordt dan alleen de architect ingehuurd. Bij de projecten Bezuidenhoutseweg 30 en Rijnstraat 8 werkt Facilicom samen met Claus en Kaan Architecten.

‘PPS past goed bij Claus en Kaan’

Er zijn maar een paar architectenbureaus in Nederland die goed zijn in grote PPS-projecten. Claus en Kaan Architecten is onbetwistbaar een van die bureaus. Het in 1988 opgerichte bureau nam opvallend vaak deel aan inschrijvingen, is inmiddels betrokken bij de realisatie van de nieuwbouw van de Hoge Raad in Den Haag en het Nationaal Militair Museum in Soesterberg en zit in de dialoogfase van drie projecten, waarvan twee samen met Facilicom: Rijnstraat 8 (het oude pand van VROM) en het project Bezuidenhoutseweg 30, beide in Den Haag. Dikkie Scipio, architect en partner van Claus en Kaan: 'Een PPS-project is altijd heel complex. Alles moet op elkaar zijn afgestemd. Daar moet je heel zorgvuldig mee omgaan. Je kunt het je als architect niet veroorloven om een beeld neer te zetten dat tegen een vraag ingaat.' De opgave is dus een mooi ontwerp te maken binnen de restricties die er liggen. 'Dat vraagt om een soort onderkoelde manier van ontwerpen. Daar zijn we bij Claus en Kaan goed in, dat ligt heel dicht bij de manier waarop we altijd ontwerpen. Wij zijn geen architecten die iconen willen neerzetten en grote gebaren willen maken, daar is het ook de tijd niet meer naar. Architectuurcriticus en publicist Hans Ibelings vergelijkt ons werk wel met een paperclip: het is niet heel exceptioneel, maar wel erg puur en bijzonder.' Ze vindt het jammer als PPS-projecten heel formeel zijn georganiseerd. 'Dan is het moeilijk om erachter te komen wat een opdrachtgever nu precies wil en of je het goed doet. Terwijl iedereen ervan profiteert als de dialoog echt open is.'

Een echt nadeel is er ook. 'Het is altijd een enorme administratieve rompslomp.' Een groot voordeel vindt ze de nadruk op duurzaamheid. 'PPS-projecten moeten 25 tot 30 jaar meegaan. De vraag is dus niet langer meer om het zo goedkoop mogelijk te maken, maar zo duurzaam mogelijk. Eindelijk geen laminaat en plastic meer en meubels die al na een jaar uit elkaar vallen, maar mooie materialen als parket en marmer, materialen die de tand des tijds kunnen doorstaan. Normaal moet je daarvoor vechten, bij PPS zijn het opeens goede investeringen. Als architect heb ik opdrachtgevers altijd al ervan proberen te overtuigen dat ze moeten bouwen voor de lange termijn. Dus dit vind ik echt een geweldige ontwikkeling.'

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen