Circulair restaurant en clubhuis voor Utrecht

Een restaurant dat maar vijftien jaar mag blijven staan. En dat bovendien moet passen in het streven naar duurzaamheid van de gemeente Utrecht. Dan ligt het voor de hand om dat restaurant circulair te maken. R Creators, een samenwerking van Strukton, Facilicom en Ballast Nedam, mocht invulling geven aan het tijdelijke restaurant. Albron, dat zich al langer verdiept in circulaire oplossingen, had een idee voor een restaurantconcept dat hier perfect bij zou passen. Voorjaar 2018 opent The Green House zijn deuren, niet alleen een bijzonder restaurant maar ook een clubhuis voor iedereen die bezig is met circulariteit.

The Green House krijgt een prominente plek in het nieuwe stationsgebied van Utrecht. De Jaarbeurs, het Beatrixtheater en het hoofdkantoor van de Rabobank zijn al tijden belangrijke trekpleisters aan deze kant van het spoor. De alom geprezen nieuwe entree van het stationsgebouw, de megabioscoop, de vele nieuwbouwwoningen in de buurt en de sterk opgeleefde oude wijken zorgen voor nog meer reuring. Straks komt daar nog De Knoop bij, een modern Rijkskantoor voor verschillende Rijksdiensten met werkplekken, gastwerkplekken en een vergadercentrum. Gemeente en NS doen er intussen alles aan om het gebied goed te ontsluiten. Zo creëert de fiets- en voetgangersbrug die hier uitkomt een handige nieuwe verbinding met het centrum. Maar het moet bovenal ook aantrekkelijk worden om hier te verblijven.

Een perfect match

Betere OV-verbindingen zijn er niet in Nederland. Het Utrechtse stationsgebied is dan ook een uiterst aantrekkelijke plek om kantoren te vestigen. De gemeente kiest voor een gefaseerde ontwikkeling van het gebied. Ook op het terrein tussen het hoofdkantoor van de Rabobank en Rijkskantoor De Knoop zal een groot woongebouw of kantoor komen, maar wel pas over vijftien jaar. De stad en het Rijk wilde het terrein al wel zo snel mogelijk een tijdelijke invulling geven om het gebied levendig te maken. In het bestemmingsplan was al horeca opgenomen. Daarnaast wilde de gemeente Utrecht graag dat er iets werd gedaan met de ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen die de stad heeft. R Creators, het consortium van Strukton, Ballast Nedam en Facilicom dat nu druk bezig is met de realisatie van PPS-project De Knoop, heeft het oorspronkelijke ontwerp samen met architectenbureau cepezed sterk verbeterd naar een zo circulair mogelijk gebouw. Albron was al ver met het bedenken van circulaire horecaoplossingen en ontwikkelde op die basis een concept voor een circulair paviljoen. ‘Het was een perfect match,’ vertelt Ernest van de Voort van Albron.

Ook exploitatie zo circulair mogelijk

rogier joosten,
Rogier Joosten: 'Het paviljoen mag maar vijftien jaar blijven staan en is dus een ideaal project om circulair te ontwikkelen'

‘Omdat het paviljoen maar vijftien jaar mag blijven staan, is dit een ideaal project om zo maximaal mogelijk circulair te ontwikkelen,’ vertelt Rogier Joosten van R Creators. ‘Circulair bouwen staat niet alleen voor materialen die de natuurlijke keten liefst helemaal niet verstoren, gebouwen moeten ook demontabel zijn en een lange levensduur hebben. Dat wordt The Green House: over vijftien jaar kan het worden gedemonteerd en op een andere plek weer precies zo worden opgebouwd.’ Maar het gaat verder dan dat: de exploitatie wordt ook zo circulair mogelijk. ‘We gaan het zo bouwen dat er zo min mogelijk energie wordt verbruikt. Niet alleen in het gewone energieverbruik, ook in het onderhoud. We kijken daarbij ook naar het werken in het restaurant. Hoe het eten wordt bereid, waar de grondstoffen vandaan komen, hoe de logistiek zo efficiënt mogelijk kan, hoe we de hoeveelheid afval kunnen terugdringen, en hoe we het afval dat er is op de beste manier kunnen afvoeren.’

Ook alle leidingen demontabel

Maar het begint natuurlijk met de bouw. ‘Omdat het tijdelijk is, wilden we liever geen funderingspalen gebruiken,’ vertelt Rogier Joosten. ‘Die moet je immers later ook weer weghalen. Het paviljoen wordt daarom op staal gefundeerd, zoals dat heet, ofwel op betonblokken direct op het zand, heel ongebruikelijk voor dit gebied.’ Voor de vloeren en plafonds is gekozen voor compleet afgewerkte elementen. ‘Daardoor zijn minder materialen nodig, maar het scheelt bovendien handelingen in de bouw, en dus de nodige vervoerskilometers’. Er is zelfs goed nagedacht over de watervoerende leidingen. ‘Het ligt voor de hand om die te solderen, te lassen of te plakken. Maar dan kun je ze niet meer demonteren. Wij hebben gekozen voor een alternatief waarbij demonteren wel mogelijk is.’

Zonder veel extra kosten

de knoop

Ze letten zeker ook op de financiën. Rogier Joosten: ‘Het moet wel financieel haalbaar zijn. Het is niet dat we koste wat kost circulair willen zijn, we willen juist kijken wat er maximaal mogelijk is zonder veel extra kosten te maken. Dan kunnen we echt een voorbeeld zijn voor anderen.’ Er is genoeg kennis in de markt. ‘Maar je moet er wel naar op zoek. Soms is het een kwestie van doorvragen, want anders krijg je de standaardoplossingen en de standaardmaterialen. Maar vaak zit de kennis bij leveranciers die niet zomaar in de traditionele keten zitten. Dus je moet wel doorvragen, zelf gaan bellen, steeds vragen of het niet anders, beter kan.’ Dat stelt ook eisen aan de samenwerking. ‘Je moet als opdrachtgever geen stringent eisenpakket op tafel leggen. Het is samen toewerken naar het doel dat we willen bereiken. Elke keuze wordt getoetst aan circulariteit.’

Steeds verder verbeteren

Het businessmodel is niet alleen bouwen en verhuren, maar ook continu verbeteren tijdens de exploitatie. Rogier Joosten: ‘Daarom hebben we ook geen traditioneel huurcontract afgesloten met Albron, maar meer een samenwerkingscontract waarin bijvoorbeeld ook is vastgelegd dat we samen de omgeving gaan managen. Een traditioneel huurcontract creëert geen samenwerking, maar is een demarcatie van wie waar verantwoordelijk voor is. Maar als je echt circulair wil werken dan moet dat met elkaar, door de hele keten.’ Die samenwerking begint al in de bouw, sterker nog, al in de ontwerpfase. ‘In de horeca is het gebruikelijk dat de exploitant een groot deel van de inrichting en de apparatuur zelf aanlegt en installeert. Wij managen namens Albron de inbouw, want ook daarin willen we zo circulair mogelijk worden. En dat kan alleen als je integraal kijkt naar alles wat er bij zo’n pand komt kijken.’

Haalbaar en houdbaar

Ernest van de Voort
Ernest van de Voort: 'Iedereen denkt na over circulariteit. Wat mist is een podium. Daar is dit clubhuis het ideale theater voor'

Het zal niet het meest circulaire restaurant van Nederland worden. Ernest van de Voort van Albron: ‘In de catering zie je best veel duurzame initiatieven, maar die worden vaak al vrij snel weer stopgezet omdat ze hun bedrijfseconomische doel niet halen. Bij de ontwikkeling van het concept van The Green House zijn de uitgangspunten daarom geweest dat het haalbaar en houdbaar moet zijn. Haalbaar betekent dat we het moeten kunnen uitvoeren. Houdbaar wil zeggen dat we het ook op de lange termijn moeten kunnen blijven doen. Het moet bedrijfseconomisch kloppen: we gaan hierin investeren, maar we willen er ook geld aan verdienen. Alleen dan is het mogelijk om te versnellen op het gebied van circulariteit en het op grotere schaal toegankelijk te maken voor een veel bredere publiek dan nu doorgaans het geval is.’ Het is bovendien nog niet duidelijk hoe een restaurant geheel circulair kan worden, zegt hij. ‘Ik ben bang dat als we bij elke oplossing het ultieme willen bieden, we heel veel laten liggen. Dus gaan we maar gewoon beginnen.

Duizend passanten per dag

Albron loopt in de foodservice voorop met commerciële concepten zoals in musea, in de zorg, bij Center Parcs, Keukenhof en bijvoorbeeld de TT in Assen. Ernest van de Voort: ‘Maar dan werken we nog altijd onder het dak van een opdrachtgever. Wij verzorgen de horeca, de opdrachtgever trekt de gasten aan. Dat is anders bij The Green House. Dit is echt commercieel, hier zijn we geheel zelf verantwoordelijk.’ Het wordt een restaurant met ambitie. ‘De zaak is zeven dagen per week open van acht uur ‘s ochtends tot elf uur ‘s avonds. Op drukke dagen verwachten we zo’n duizend passanten.’ Het moet daarom wel een plek worden waar een breed publiek zich welkom voelt. ‘We willen het laten uitgroeien tot een clubhuis voor circulariteit, maar willen dat gedachtengoed meteen uit de alternatieve hoek halen.’

Juiste design, comfort, assortiment

The Green House moet een club worden waar bedrijven graag bij willen horen, maar waar ook de buurtbewoner zich thuis voelt. ‘We moeten dus een concept neerzetten dat aantrekkelijk is voor al die doelgroepen,’ zegt Ernest van de Voort. ‘Dat gaat ook over design. Het moet niet de uitstraling krijgen van een alternatieve hotspot, want dat stoot bedrijven af, dus het moet wel degelijk ook comfort bieden, maar het moet ook weer niet te luxe zijn, want dat stoot de buurtbewoners weer af. Het assortiment wordt breed en betaalbaar en voor iedereen herkenbaar.’ Hij mikt zeker niet alleen op de mensen die toch al in het gebied aanwezig zijn. ‘Het moet echt een bestemming worden. Je kunt hier heerlijk eten en drinken in een prettige atmosfeer, waarbij alles ook nog eens zoveel mogelijk circulair is.’ Hij is stellig: ‘Hier gaan mensen afspreken.’

Urban farming

De naam The Green House is niet zomaar gekozen: het restaurant krijgt een urban farm van 100 vierkante meter, een kas waar het eten en drinken kan groeien. ‘De kas is natuurlijk niet groot genoeg om duizend bezoekers per dag van eten en drinken te voorzien. Daarom gaan we samenwerken met een kweker in de buurt die de planten opkweekt. Op het moment dat de paprikaplanten in de urban farm zijn kaalgeplukt, bellen we de kweker, brengt hij nieuwe volle planten en neemt hij de oude weer mee. Dat klinkt als extra werk, maar dat zorgt er juist voor dat de keten veel korter wordt, want er is nu een rechtstreekse band tussen kweker en restaurant. Dat scheelt enorm veel vervoerskilometers, want alle tussenstations zijn er tussenuit. Ander belangrijk voordeel is dat we nauwelijks waste hebben, want de koks kunnen precies de hoeveelheid paprika’s plukken die ze nodig hebben.’

Een theater voor circulariteit

Ook hij moet doorvragen als hij bij leveranciers komt, steeds vragen of het anders, beter kan. Maar hij is aangenaam verrast door de vele initiatieven die er zijn. ‘Iedereen is op zijn eigen postzegel aan het nadenken over circulariteit: de wetenschapper, de boer, de groothandel, de keukenboer. En de meeste zijn daar al best ver in. Maar wat ze missen is een podium om het te etaleren, om het te laten zien, aan het publiek en aan de rest van de markt. Daar is dit clubhuis het ideale theater voor.’ Dus werkt een leverancier nu aan een werkbank met een oppervlak van recyclebaar kunststof. Worden de afzuigkappen niet van rvs maar van gerecycled glas. Gaan ze de warmte die de keuken uitstoot hergebruiken. Kijken ze welke apparatuur zonder stekkers kan. En wordt de pizza-oven gestookt op bio-waste.

Pay for use

Ook nieuw: Albron gaat leveranciers betalen op basis van pay for use. ‘Ik wil geen eigenaar zijn van al die spullen. Licht rekenen we af in lux, de keukenboer blijft eigenaar van de keuken, de meubelboer van de meubels. Ik maak afspraken met mijn leveranciers dat ze me vijftien jaar moeten ontzorgen. Hoe ze dat doen, mogen ze zelf invullen. Ik hoef niet iedere vijf jaar nieuwe lampen, een nieuwe keuken, nieuwe meubels, ik wil vijftien jaar lang voldoende licht hebben, kunnen koken, en mijn gasten comfortabel kunnen laten zitten. Leveranciers kunnen nu spullen leveren of bouwen die veel duurzamer zijn, want ze kunnen ze afschrijven in vijftien jaar. Het grappige is: iedereen staat hiervoor open.’ Het is niet eens zo innovatief, zegt hij. ‘Het is veel meer het loslaten van alles wat we kennen. Ook gewoontes, afspraken, financieringsmodellen.’ Dat vraagt ook hier om een andere vorm van samenwerken. ‘We vragen bedrijven niet om leverancier te zijn, maar om deelnemer te worden.’

Een restaurant met een verhaal

Het wordt een restaurant met een verhaal, of beter: met heel veel verhalen. ‘Dat kan gaan om een stoel die eerst bij iemand op zolder stond en nu in het restaurant. Een plantenbak die we gemaakt hebben van petfleskorrels. Een medewerker die ooit een verkeerde afslag heeft genomen in het leven, en hier nu een nieuwe carrière krijgt. Vlees dat niet afkomstig is uit de bio-industrie maar van de oerossen van Staatsbosbeheer waarbij we nu de uitgelezen kans hebben om deze dieren van neus tot staart te verwerken. Of wat er mogelijk is met een stadskas.’ Al die verhalen zullen ook terecht komen in een documentaire die over The Green House wordt gemaakt. Rogier Joosten: ‘En we gaan ze vertellen in een magazine en in de workshops, seminars en mini-congressen die hier komen. Alle verhalen, kennis en ervaringen over circulariteit gaan we hier delen, ook de pogingen die we gaan ondernemen om het nog meer circulair te maken.’ Ernest van de Voort: ‘En we doen dat volledig transparant. We gaan ook vertellen waar het ons niet lukt om maximaal circulair te zijn, want ook dat is natuurlijk een verhaal.’

De bouw van The Green House start dit najaar. Op 23 maart 2018 wordt het circulaire restaurant feestelijk geopend.

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen