De leugen regeert

Wielrenners die nu allemaal bekennen wat ze altijd hadden ontkend: ze hebben doping gebruikt. Ziekenhuizen die stelselmatig declaraties verhogen om zo meer geld te incasseren. Burgers die opeens met veel meer schade, verlies en diefstal bij verzekeringsmaatschappijen aankloppen. Het is de oogst van één ochtendkrant. De leugen regeert, zo lijkt het wel. Het is natuurlijk ook niet nieuw. Zeker in de politiek lijkt liegen, of toch in ieder niet de gehele waarheid vertellen, een ingesleten gewoonte. Bill Clinton was bepaald niet echt eerlijk toen hij zei dat hij ‘did not have sex with that woman’. George W. Bush vertelde klip en klare leugens aan de vooravond van de inval in Irak toen hij met grote stelligheid beweerde dat Sadam Hussein over massavernietingswapens beschikte. VVD-voorman Mark Rutte vertelde vorig najaar duidelijk sprookjes toen hij de Nederlandse kiezer verzekerde dat hij niet aan de hypotheekrenteaftrek zou tornen en dat hij vond dat de PvdA een gevaar was voor ons land.

Ik vraag me wel eens af of we het recht hebben om daar verontwaardigd over te zijn. Iedereen vertelt wel eens leugens. Een leugentje om bestwil wordt over het algemeen wel geaccepteerd. Weinig mensen zullen er ook aanstoot aan nemen als de waarheid een beetje wordt opgepoetst of niet de hele waarheid wordt verteld. Het is ook gewoon dagelijkse praktijk: we weten allemaal dat reclames alles mooier voorstellen dan het in werkelijkheid is. Dat accepteren we niet alleen, we geloven er graag in. Dermatologen blijven roepen dat anti-rimpelcrèmes gewoonweg niet werken, toch zijn er weinig vrouwen die de vaak peperdure potjes kunnen laten staan. Een maand of twee geleden was het opeens groot nieuws dat de verbruikscijfers van auto’s ernstig geflatteerd zijn. En toch pochen we dat we nu een auto hebben die 1 op 24 rijdt, en lijken we het te willen blijven geloven. Dat terwijl het benzineverbruik in de praktijk uitkomt op 1 op 16, en dat ook nog alleen als je goed let op je rijstijl.

Ook bij sollicitaties doen mensen zich mooier voor dan ze zijn. Daar maak ik me zelfs schuldig aan. In mijn cv staat dat ik Havo heb gedaan en daarna Hogere Hotelschool. Daar is geen woord van gelogen, maar het cv vertelt niet dat ik eerst de Mavo heb gedaan. En wie vertelt de waarheid als hem tijdens een sollicitatiegesprek wordt gevraagd wat zijn salaris is in zijn huidige baan? Het is not done in onze cultuur, maar eigenlijk zou ik sollicitanten dan willen vragen een salarisstrook te overleggen. Ik vraag dan dus eigenlijk van de sollicitant om eerlijk te zijn en die eerlijkheid ook transparant te maken. Is dat wat we moeten willen? Moeten we de leugen in de ban doen? En dan elke leugen? Of mag een leugentje om bestwil wel? En een leugen waar je anderen niet mee benadeelt? Maar waar ligt dan de grens? En hoe gaan we die grens bewaken? Met duidelijke regels en harde sancties? Maar wie ziet daar dan op toe? Als ik als kind ongehoorzaam was en de waarheid naar mijn hand zette, dan riep mijn moeder: ‘Je liegt! Ik zie het aan je neus!’ Ik verbaasde me altijd hoe dat zichtbaar kon zijn, want ze had altijd gelijk. Zo eenvoudig zit de grotemensenwereld helaas niet in elkaar. Moeten we dat erg vinden? Of zijn (onschuldige) leugens min of meer de smeerolie van de maatschappij?

Geert van de Laar (concerndirecteur)

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen