Blog | Diversiteit

Net voor zijn teruggetreden als president-directeur van de Schiphol Group stelde Jos Nijhuis dat hij het liefst zag dan een man hem zou opvolgen. Zoals dat dan gaat in deze tijd viel de hele wereld over hem heen, nou ja: vooral op de sociale media stak een storm van verontwaardiging op. Vreemd, want Jos Nijhuis is nu juist een van de topmannen die zich altijd sterk heeft gemaakt voor vrouwen op hoge posities. Hij is daar ook uitstekend in geslaagd bij Schiphol: het aantal vrouwen in de top is onder zijn leiding gestegen van 10 procent naar 30 procent. In het directieteam is het zelfs 50 procent: twee van de vier directieleden zijn vrouw. Met een man als opvolger, zo vond hij, zou er simpelweg sprake zijn van een beter evenwicht in dat team.

Nijhuis had zijn wens zeer omzichtig geformuleerd: bij gelijke geschiktheid, zei hij, moet het een man zijn. Het is bijzonder dat een man met zo’n staat van dienst op dit gebied, die bovendien een goed argument heeft én zich ook nog eens zo zorgvuldig uitdrukt, zo’n twitterstorm over zich heen krijgt. Had hij gezegd dat het bij gelijke geschiktheid een vrouw moest zijn, dan was hij waarschijnlijk tot held uitgeroepen. Want er is nog wel wat werk te verrichten aan dat front. Landelijk zitten we nu op 11 procent vrouwen in de top. Meer dan de 7 procent van 2012, dat is waar, maar het quotum dat toen tussen overheid en bedrijfsleven is afgesproken is 30 procent. En dat moet volgend jaar zijn gerealiseerd. Dat gaat dus niet lukken.

 

Bij Facilicom Group zijn vrouwen goed vertegenwoordigd. Eind 2017 hadden we in Nederland 14.956 vrouwen in dienst, tegen 9.816 mannen. In België en de UK is ons medewerkersbestand kleiner, maar zijn de verhoudingen hetzelfde. Het gaat hier echter met name om uitvoerende medewerkers. In de schoonmaak, de catering en bij zorgdivisie Incluzio werken veel, soms zelfs vooral vrouwen. Maar vrouwen zijn in alle lagen van de organisatie behoorlijk vertegenwoordigd. In de concerndirectie halen we  het quotum met één vrouw op drie directieleden. Ook als we kijken naar alle topfuncties samen doen we het beter dan gemiddeld: 15 procent vrouwen. Dat is mooi, maar geen reden om onszelf te feliciteren want dat cijfer maakt meteen duidelijk dat we ook bij Facilicom in 2019 de 30 procent niet gaan halen.

 

Zelfs Facilicom, een bedrijf waar al sinds jaar en dag vrijwel alle topfuncties op HR-gebied worden ingevuld door vrouwen, heeft er dus moeite mee om het quotum te halen. We hebben er dit voorjaar maar eens een Intern Kenniscentrum aan gewijd. Tachtig mensen konden zich inschrijven. De lijst liep snel vol. Typisch: er zat geen man tussen, alle bezoekers waren vrouwen. We hebben deze bezoekers met behulp van een enquête gevraagd wat zij als obstakels zien. Ze kwamen met de antwoorden die je in alle onderzoeken naar dit fenomeen hoort: vrouwen hebben een lager zelfbeeld, spreken minder snel hun ambities uit, en werken doorgaans liever niet meer dan vier dagen omdat ze toch vaak een zorgtaak hebben, of breder gesteld: omdat ze een groot belang hechten aan een goede balans tussen werk en privé.

 

Ik weet niet of we als bedrijf wat kunnen doen aan dat lagere zelfbeeld. Ambities in kaart brengen kunnen we natuurlijk wel: het is iets waar we bij vrouwen kennelijk meer op moeten doorvragen. En we gaan het, wat mij betreft, mogelijk maken dat mensen in topfuncties hun werk in vier dagen kunnen doen. Als bedrijf willen we een goede afspiegeling zijn van de maatschappij, het streven om meer vrouwen in de top te krijgen, steunen we dan ook van harte. Dat is niet gespeend van eigenbelang: het is allang duidelijk dat bedrijven met een mix van mannelijke en vrouwelijke decision makers tot betere besluiten komen en die beslissingen beter communiceren.

 

Tegelijkertijd realiseer ik me dat we het eigenlijk veel breder moeten zien: want van alle mensen in de top van de Nederlandse bedrijven en organisaties hebben er maar bitter weinig een niet-Westerse achtergrond. Ook de managementteams van Facilicom hebben maar weinig kleur. Dat schuurt bij ons misschien nog wel meer, want we tellen meer dan negentig nationaliteiten in ons medewerkersbestand. Het zou goed zijn als deze mensen zich vertegenwoordigd voelen in de top, en zien dat het mogelijk is om door te groeien. Ook zal dan bij sollicitaties en benoemingen waarschijnlijk sneller de keuze vallen op iemand met een niet-Nederlandse naam. Zo helpen we ook dat probleem de wereld uit.

Geert van de Laar, CEO Facilicom Group

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen