Bedrijven kunnen de krapte op de arbeidsmarkt maar beter vóór zijn

De crisis zal de trend wat vertragen, maar de arbeidsmarkt wordt echt krapper, stelt professor dr. Andries de Grip. Dus kunnen bedrijven zich daar maar beter op voorbereiden. Ze moeten een goed werkgever zijn, zich continu op de arbeidsmarkt bewegen, medewerkers in staat stellen voortdurend nieuwe competenties te verwerven en kennis op te doen, tijdig kijken hoe medewerkers ook de laatste 20 jaar van hun loopbaan kunnen invullen en misschien wel functies herontwerpen. ‘Er is een forse cultuuromslag nodig bij werkgevers, en trouwens ook bij werknemers.’ 

Na zijn promotie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam kwam Andries de Grip voor een paar jaar naar Maastricht, maar is er nooit meer weggegaan. Hij werd er na twaalf jaar benoemd tot hoogleraar in het vakgebied dat vanaf het begin zijn grootste interesse had: de arbeidsmarkt. Als lid van de commissie Arbeidsmarktvraagstukken van de Sociaal-Economische Raad (SER) draagt hij bij aan veel belangrijke adviezen die het adviesorgaan produceert over de arbeidsmarkt. Wat hem er niet van weerhoudt om kritisch of zelfs cynisch te zijn over sommige beslissingen die de politiek neemt, zoals de versoepeling van het ontslagrecht die nu lijkt te worden doorgevoerd. ‘Mijn beeld is dat bedrijven daar helemaal niet meer zo op zaten te wachten. Ze hebben genoeg mogelijkheden om hun personeelsomvang aan te passen als dat nodig is.’ Hij vreest dat de regeling vooral zal worden gebruikt om af te komen van oudere medewerkers die relatief hoge salarissen hebben, in de ogen van werkgevers minder productief zijn en nu nog langer moeten doorwerken. ‘Er is iets oneigenlijks ingeslopen. Het versoepelde ontslagrecht is dus niet nodig om ondernemers flexibiliteit te bieden, maar om dat nieuwe probleem op te lossen.’ Een slechte zaak, vindt hij. ‘Je kunt er donder op zeggen dat die ouderen geen nieuwe baan kunnen vinden.’ Het is bovendien dubbel. ‘De overheid wil dat mensen langer doorwerken en geeft werkgevers dus tegelijkertijd de mogelijkheid om daaraan te ontsnappen.’

Knelpunten komen

Door de aanhoudende crisis betwijfelen steeds meer mensen of we echt wel te maken gaan krijgen met krapte op de arbeidsmarkt. Prof. dr. De Grip is er echter stellig over: ‘De arbeidsmarkt wordt krapper. Daar doet de crisis wel wat aan af maar de onderliggende trend is er. Door de vergrijzing zullen veel mensen de arbeidsmarkt gaan verlaten. Ook al komen er dan geen banen bij, dan is er toch veel behoefte aan nieuwe mensen. Andere trend is dat bepaalde sectoren te weinig belangstelling zien, bijvoorbeeld technische banen. Dus ook daar hoeft er geen baan bij te komen, terwijl er toch tekorten zullen ontstaan. Als er dan ook nog groei plaatsvindt, worden de tekorten nog groter. Dat zie je bijvoorbeeld in de zorg. Daar zijn nu al tekorten en die zullen alleen maar groter worden doordat de sector nog fors zal groeien.’ Speciaal voor het interview heeft hij het even opgezocht. ‘Uit de voorspelling die we vorig jaar hebben gemaakt voor 2016 blijkt dat er tegen die tijd zelfs in de markt van de schoonmaak knelpunten zullen zijn. Dat betekent overigens niet dat zo’n sector niet meer aan mensen kan komen. Het betekent wel dat schoonmaakbedrijven meer moeite moeten doen om mensen voor hun sector te werven en dat ze zich wellicht ook moeten gaan richten op andere groepen, misschien ook wel andere leeftijdsgroepen.’

Mensen zekerheden bieden

Prof. dr. Andries de Grip studeerde economie aan de Vrije Universiteit waar hij ook promoveerde. Hij is al sinds 1987 hoofd Research Employment and Training bij het Resarch Centre for Education and the Labour Market (ROA), een gespecialiseerd onderzoekscentrum van de Maastricht University School of Business and Economics. Hij geeft bovendien leiding aan het Network Social Innovation (NSI) en is lid van het bestuur van INSCOPE, een instituut dat onderzoek doet naar sociale innovatie. Sinds 1999 is hij hoogleraar in de economie aan de School of Business and Economics van de Universiteit Maastricht. Andries de Grip heeft een lange reeks publicaties op zijn naam staan in internationale wetenschappelijke tijdschriften als The Economic Journal, Oxford Economic Papers, International and Labor Relations Reviews en het International Journal of HRM, maar ook in Nederlandse vakbladen als Economisch Statistische Berichten, het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken en het tijdschrift voor HRM. Boek: Freakonomics - S.D. Levitt & S.J. Dubner (‘Laat zien dat de economische invalshoek interessant is voor vrijwel alle aspecten van ons leven.’) App: NRC-app (op de iPad)

‘Tekorten worden altijd opgelost door de markt,’ constateert hij nuchter. ‘Maar het is de vraag of dat wenselijke oplossingen zijn. Een van de makkelijkste oplossingen is: geef alle uitvoerende medewerkers 20 procent salarisverhoging. Dan daalt de vraag naar personeel vanzelf omdat de dienstverlening te duur wordt en bedrijven weer zelf gaan schoonmaken.’ Salarisverhoging zal er zeker komen, stelt hij, want dat zie je altijd op zo’n punt in de conjunctuur, maar hij vindt dat gevaarlijk. ‘Dat wordt een zelfversterkend proces. Je wint er op zo’n moment ook veel mee als je mensen meer zekerheid biedt. Je ziet dat mensen in zo’n periode veel vaker vaste contracten krijgen. Maar je kunt ook op andere manieren zekerheden bieden. Door ze meteen een maximaal tijdelijk contract te geven van drie jaar. Zo kun je nog veel meer arbeidsvoorwaarden oprekken in het voordeel van de werknemer.’ Ook nu is het bieden van zekerheden belangrijk, vindt hij. ‘Er ontstaat een gevaarlijke kloof tussen flexwerkers en werknemers met een vast contract. De doorstroom van flexbanen naar banen met een vast dienstverband is de laatste jaren sterk gedaald. Dat is zorgelijk omdat daarmee een verloren generatie dreigt te ontstaan. Jongeren die aan het begin van hun leven en hun loopbaan staan, en in feite krijgen te horen dat ze niet gewenst zijn.’ Hun kennis erodeert, soms al binnen een paar jaar, ze verliezen hun interesse, en hun arbeidsmoraal wordt aangetast. Andries de Grip pleitte daarom recent op de site Me Judice samen met collega dr. Frank Cörvers voor de invoering van een mooie middenweg tussen flexibel en vast: langdurige tijdelijk contracten van tien jaar. In dat idee moeten werkgevers ervoor zorgen dat een werknemer na die tien jaar nog steeds employable is en dus makkelijk kan overstappen naar ander werk. Als dat goed geregeld wordt, kan dat zowel voor werkgevers als werkgevers een aantrekkelijk alternatief zijn voor een vast dienstverband.

Nu je slag slaan

‘Bedrijven kunnen de krapte op de arbeidsmarkt maar beter voor zijn,’ zegt hij. Want straks staat de arbeidsmarkt op zijn kop: dan hebben niet langer de werkgevers het voor het zeggen, maar de werknemers. En die zullen kiezen voor bedrijven die zich opstellen als een goed werkgever, ook als het even wat minder gaat. ‘Het is belangrijk om goed met je mensen om te gaan, want mensen onthouden dat en horen dat ook van anderen. Als mensen weten dat een bepaald bedrijf ze niet meteen eruit zet als het een beetje moeilijk wordt, dan gaan ze daar graag werken. Dat betekent ook dat je als bedrijf altijd de beste mensen krijgt. Ik snap, het kost geld om mensen te behouden als er boventalligheid is. Je zult dan misschien moeten kijken of die mensen op een andere manier zinvol aan het werk kunnen blijven. Of je kunt op zo’n moment overwegen om te investeren in de organisatie door mensen te gaan opleiden en trainen en er zo voor te zorgen dat je straks heel concurrerend bent als er zich nieuwe kansen voordoen.’ Een anticyclisch beleid dus, dat logisch voortvloeit uit een goed strategisch management en dus ook een goed strategisch personeelsmanagement. Daarnaast moeten bedrijven ervoor zorgen dat ze in beeld blijven bij het arbeidspotentieel. ‘Je moet als bedrijf continu op de arbeidsmarkt aanwezig zijn. Ook al heb je momenteel geen harde vacatures. Op de hogere niveaus moet je traineeships aanbieden. Als de krapte zich straks voordoet, kun je die goede mensen misschien niet meer krijgen, dus moet je proberen nu je slag te slaan en ze aan je te binden.’

Functies herontwerpen

Bedrijven moeten ook streven naar duurzame inzetbaarheid, zegt hij. Al geeft hij daar als econoom wel een heel eigen invulling aan. ‘Mensen moeten kunnen blijven bijdragen aan de concurrentiekracht van de economie. Om dat te bereiken zullen medewerkers voortdurend nieuwe competenties moeten verwerven en nieuwe kennis moeten opdoen. Bij duurzame inzetbaarheid denken bedrijven vaak aan vitaliteit. Maar dat is het niet alleen. Als een bouwvakker niet meer inzetbaar is vanwege rugklachten, dan wordt die lichamelijke klacht als oorzaak gezien. Maar je kunt ook zeggen dat hij niet meer duurzaam inzetbaar is omdat hij, toen hij nog helemaal gezond was, niet is omgeschoold tot bijvoorbeeld beveiliger of tot leraar in het beroepsonderwijs. Als er echt klachten komen, dan heb je het eigenlijk al laten vastlopen.’ Dat moeten bedrijven dus zien te voorkomen. ‘Zorg dat mensen tussen de 40 en de 50, wanneer ze nog heel gewild zijn op de arbeidsmarkt, een keuze maken hoe ze het resterende deel van hun loopbaan inzetbaar blijven.’ Dat kan in een andere functie, maar dat kan misschien ook wel in dezelfde functie, maar dan aangepast. ‘Je zou functies kunnen herontwerpen, waarbij je kijkt naar de belastingsfactoren en de werkzaamheden waarin jongere of oudere medewerkers beter zijn. Nu worden functies alleen herontworpen vanuit het organisatieperspectief. Maar dat zou je dus ook moeten doen vanuit een leeftijds- of loopbaanperspectief. Collega’s van mij doen dat nu al in ziekenhuizen. In de verpleging treedt ook vergrijzing op en wordt de belasting voor veel mensen te zwaar. Daar zijn ze nu aan het kijken hoe ze aangepaste functies kunnen creëren voor oudere verpleegkundigen.’ 

Lange termijn-trend: kwaliteit

Het zal allemaal niet zonder slag of stoot gaan. ‘Er is een forse cultuuromslag nodig bij werkgevers, en trouwens ook bij werknemers.’ Het vraagt om innovatie, of beter: om sociale innovatie, een van zijn stokpaardjes. ‘Daarmee bedoel ik: het vernieuwen van organisatieaspecten en het over grenzen heen denken. Daar is denk ik heel veel mee te winnen. Uit onderzoek blijkt dat het heel bepalend is voor de concurrentiekracht als je als bedrijf over dat vermogen beschikt. Dan willen ook de beste mensen bij je werken. Die werkgevers kunnen hun klanten kwaliteit garanderen, omdat ze de betere medewerkers krijgen. En doordat deze bedrijven investeren in de competenties van mensen, weten opdrachtgevers ook zeker dat de competenties up to date zijn.’ Straks ben je een succesvol bedrijf als je een goed werkgever bent, mensen weet vast te houden en de beste mensen weet te werven. ‘Omdat je daarmee ook klanten vasthoudt. Omdat je bij krapte niet te maken krijgt met vacatures die je niet kunt invullen. En omdat daardoor de kwaliteit van je dienstverlening goed is. Kwaliteit van producten en diensten, dat is een lange termijn-trend, wordt steeds belangrijker voor het succes van organisaties. En kwaliteit van producten en diensten is afhankelijk van de kwaliteit van personeel. Zeker in de dienstverlening.’

Lees meer

The Netherlands of 2040
Aanrader van Andries de Grip (‘voor iedereen die een visie zoekt op de toekomst van de Nederlandse economie’): The Netherlands of 2040 van het Centraal Planbureau

Wetenschappers tegen versoepeling ontslagrecht
Zestien hoogleraren en wetenschappers hebben zich op 12 juni 2012 in een brief aan de Tweede Kamer gekeerd tegen de versoepeling van het ontslagrecht en het doorberekenen van de WW aan werkgevers.

Sociale innovatie en de kennissamenleving
Het Netwerk Sociale Innovatie richt zich op het ontwikkelen van sociale innovaties die de ontplooiing en benutting van talent en de performance van bedrijven verbeteren en het uitwisselen van kennis daarover. De kennissamenleving vereist vernieuwingen die gericht zijn op het optimaal ontwikkelen en maximaal benutten van de competenties van de bevolking en het verbeteren van de wijze waarop in organisaties kennis wordt gegenereerd en benut. Door deze sociale innovaties neemt de kwaliteit van de samenleving toe, verbeteren bedrijfsprestaties, en wordt de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse economie versterkt. Lees de brochure van het NSI.

Gerelateerde artikelen

Door facilitaironline.nl te bezoeken accepteert u het gebruik van cookies. Lees meer over cookies.

Deze melding niet meer tonen